Wat kan en wat kan niet tijdens interventies?

Wat kan er en wat mag er tijdens interventies van de veiligheidsberoepen? Hier kom je er meer over te weten!

Een bewakingsagent die een bezoeker van een bedrijf om zijn identiteitskaart vraagt. Een voetbalsteward die een supporter wil fouilleren. Een gemeenschapswacht die aan de schoolpoort het verkeer regelt … Burgers en veiligheidsprofessionals komen elke dag met elkaar in contact. Voor de burger is het niet altijd duidelijk wat er kan en wat er mag tijdens deze interventies. Omgekeerd zijn veiligheidsprofessionals zich niet altijd bewust van de impact van hun optreden. 

Wederzijds respect tussen de burger en de veiligheidsprofessionals kan pas groeien als we elkaar beter leren kennen en we beter op de hoogte zijn van elkaars rechten en verantwoordelijkheden. Wat kan er en wat mag er tijdens interventies van de veiligheidsberoepen? Hieronder vind je enkele vaak gestelde vragen over de wederzijdse rechten en plichten van burgers en veiligheidsprofessionals tijdens interactie met elkaar. 

Gemeenschapswachten

gemeenschapswachten

1. Wat is het verschil tussen een gemeenschapswacht en een gemeenschapswacht -vaststeller?   

 

Opdrachten gemeenschapswacht:

  • Sensibiliseren van het publiek aangaande veiligheid en criminaliteitspreventie;
  • Informeren van de burgers om het veiligheidsgevoel te verzekeren en het informeren en signaleren aan de bevoegde diensten van problemen op het vlak van veiligheid, milieu en het wegennet;
  • Informeren van automobilisten over het hinderlijk of gevaarlijk karakter van verkeerd parkeren, en het helpen van kinderen, scholieren, gehandicapten en ouderen bij het veilig oversteken;
  • Toezicht houden op personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid bij evenementen georganiseerd door de overheid;
  • Ontradende aanwezigheid ter preventie van conflicten tussen personen;
  • Begeleiden van schoolgaande kinderen.


Opdrachten gemeenschapswacht-vaststellers:

6 bovenstaande taken gemeenschapswacht

+ het vaststellen van inbreuken op gemeentelijke reglementen en verordeningen in het kader van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (= GAS-vaststellingen)

+ het vaststellen van inbreuken op gemeentelijke retributiereglementen  

Onderscheid uniform

Er dient een zichtbaar onderscheid gemaakt te worden tussen de functie van gemeenschapswacht en gemeenschapswacht-vaststeller en dit door middel van een band met de term “vaststeller” op de rechtermouw van vest/hemd/polo/t-shirt.

Onderscheid identificatiekaart

De titel van de functie dient op de kaart vermeld te zijn:

identificatiekaart gemeenschapswacht

Kaart gemeenschapswacht-vaststeller

2. Wat is het werkterrein van een gemeenschapswacht?

Dit beperkt zich tot het openbaar domein. De wet spreekt van de openbare weg en openbare plaatsen van de organiserende gemeente. Het begrip ‘openbaar domein’ zou men kunnen omschrijven als deze plaatsen waarvan het gebruik voor allen is bestemd, zonder  enige vorm van onderscheid van persoon. Het gaat om wegen, banen en straten, stranden, havens  en kerkhoven,…

Op deze algemene regel bestaan er echter wel uitzonderingen, waaronder het veiligheidstoezicht bij evenementen. Dit toezicht kan worden uitgeoefend bij alle evenementen die georganiseerd of mede-georganiseerd worden door de overheid op het grondgebied van de organiserende of de begunstigde gemeente. Dus ook op plaatsen die niet tot het openbaar domein behoren. Bijvoorbeeld een gemeente organiseert op de terreinen van een private school een aantal evenementen rond verkeersveiligheid.

Een ander uitzondering  op deze algemene regel is de inzet van gemeenschapswachten in provinciale parken.

Tevens kunnen gemeenschapswachten worden ingezet voor het uitoefenen van hun opdrachten op de infrastructuur van de openbare vervoersmaatschappijen (De Lijn, NMBS, TEC, MIVB).

3. Welke taken kunnen gemeenschapswachten binnen het verkeer op zich nemen?       

Gemeenschapswachten kunnen op verschillende manieren ingeschakeld worden om verkeersonveiligheid in te dijken:

  • Informeren en sensibiliseren van de burger aangaande veiligheid en criminaliteitspreventie (bv. patrouilleren bij een school tijdens afzetten en ophalen kinderen)
  • Informeren over en signaleren van problemen op vlak van veiligheid aan bevoegde diensten (bv. gemeente inlichten over vernield verkeersbord)
  • Het informeren en sensibiliseren van automobilisten met betrekking tot de verkeersregels (over het hinderlijk of gevaarlijk karakter van verkeerd parkeren en hen sensibiliseren met betrekking tot het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het correct gebruik van de openbare weg)
  • Helpen van kinderen, scholieren, gehandicapten en ouderen bij het veilig oversteken = gemachtigde opzichter
  • Enkel bij de uitoefening van deze opdracht kan de gemeenschapswacht het verkeer regelen!
  • Het begeleiden van schoolgaande kinderen die zich in groep, te voet of per fiets, van thuis naar hun school begeven en omgekeerd
  • Een gemeenschapswacht-vaststeller kan, indien hij de nodige opleidingen heeft gevolgd, bovendien inbreuken op het stilstaan en parkeren vaststellen.

4. Wanneer en hoe mag een gemeenschapswacht tussenkomen bij conflicten?  

Een gemeenschapswacht mag, met uitzondering van de wettige verdediging en het burgerarrest, geen dwang of geweld gebruiken tijdens de uitoefening van zijn ambt. Een gemeenschapswacht beschikt bijgevolg niet over geweldsmiddelen (zoals pepperspray, wapenstok,…) en dient steeds verbaal tussen te komen.

Voornamelijk inzake de uitvoering van de opdracht “ontradende aanwezigheid ter preventie van conflicten tussen personen”, is het belangrijk dat de burger geen foute verwachtingen koestert: een gemeenschapswacht kan geweldloos en preventief tussenkomen bij vaststelling van verbale conflicten tussen personen. Van zodra er zich agressie voordoet, dienen zij de bevoegde instanties (politie) te contacteren. In de tussentijd kunnen zij wel trachten de omgeving veilig te stellen voor omstaanders. 

Indien er zich agressie voordoet ten aanzien van een gemeenschapswacht (door de burger) is artikel 280 van het Strafwetboek van kracht.

Brandweer

brandweerlieden

1. Wat zijn de taken van brandweerlieden en kan ik ze als burger bijstaan in geval van nood voor of tijdens een interventie?

De opdracht van de brandweer is meer dan alleen brandbestrijding.

Zij treden bijvoorbeeld ook op:

  • als ambulancedienst voor spoedgevallen;
  • bij verkeersongevallen, voor de bevrijding van geknelde personen;
  • om de openbare weg vrij te maken na een zwaar ongeval;
  • bij overstromingen, explosies, instortingen, …;
  • bij kleinere dagelijkse problemen, zoals mensen die geblokkeerd zitten in een lift.

De brandweer staat ook ten dienste van de burger voor adviezen over brandveiligheid.

De taken van de vrijwillige brandweerlieden zijn dezelfde als die van de beroeps – brandweerlieden. Het verschil is dat vrijwilligers niet voltijds voor de brandweer werken. Als vrijwilliger bepaal je zelf wanneer je beschikbaar bent in overleg met je hulpverleningszone.

2. Door wie en hoe kan er contact worden opgenomen met de brandweer?

Iedereen kan de brandweer bellen in een noodgeval. De FOD Binnenlandse Zaken voert campagne en biedt op de website https://www.112.be/nl/kids  materiaal aan om kinderen al van in de lagere school te leren hoe en wanneer ze moeten bellen – als zij zich in een noodgeval zouden bevinden waarbij er geen volwassenen in de buurt zijn. De campagne is gebaseerd op een echte jongen, Shayan, die op 6-jarige leeftijd naar 112 gebeld heeft omdat zijn moeder buiten bewustzijn was.

Als iemand in gevaar is of er is brand, bel dan altijd 112.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er gewonden zijn, gevaar voor instorting bestaat of wanneer de rijweg geheel of gedeeltelijk versperd is door een vallende boom. Als er geen mensenlevens in gevaar zijn en u, in geval van overstroming of stormschade, de hulp van de brandweer nodig hebt  kunt u ofwel gebruik maken van het e-loket1722.be ofwel bellen naar het nummer 1722 wanneer dit geactiveerd wordt (bij voorspelling van storm of zware regenval door het KMI ).

Dit is bijvoorbeeld het geval als uw dak zwaar beschadigd is, als uw kelder onder water staat of als de openbare weg overstroomd is en niemand gevaar loopt.

3. Moet ik betalen voor de tussenkomst van de brandweer?

Afhankelijk van de situatie kan een interventie van de brandweer worden aangerekend. Sommige hulpverleningszones rekenen kosten aan voor het verwijderen van wespennesten, bijvoorbeeld. Meer informatie hierover vindt u in de verordening betreffende de tarifering van diensten in uw noodgebied.

4. Wanneer moet ik de brandweer niet bellen?

De brandweer is geen reparatiebedrijf. De brandweer komt bijvoorbeeld niet tussen om losse tegels terug te leggen, om uw veranda of terrasoverkapping te herstellen, om uw dakgoot schoon te maken of te herstellen, om een boom of takken die in uw tuin zijn gevallen te zagen en te verwijderen... In deze gevallen moet u een gekwalificeerde professional bellen.

5. Zijn er sancties aan verbonden indien ik naar de 112 of de brandweer bel en het geen écht noodgeval betreft?

De noodcentrales kunnen gerechtelijke stappen ondernemen tegenover mensen die voor de grap bellen of de werking van de noodnummers verstoren. Personen die opzettelijk naar noodcentrales bellen voor de grap stellen zich bloot aan gerechtelijke vervolging, wat kan leiden tot een strafrechtelijke veroordeling.

De hulpdiensten (brandweer-ziekenwagen-politie) kunnen daarboven ook de verplaatsingskosten en kosten van de interventie aanrekenen.

Als iemand het noodnummer belt omdat hij of zij oprecht denkt dat er een noodgeval is, maar er blijkt toch geen noodgeval te zijn, zijn er geen gevolgen of sancties. Bij (redelijke) twijfel is het beter om toch de noodcentrale te verwittigen.

Enkel als  iemand bewust een valse melding doet of een bedreigende oproep maakt naar de noodcentrale, zal er een klacht worden ingediend bij de gemeente of stad. De oproeper kan dan strafrechtelijk veroordeeld worden. Hoe groot de straf is hangt af van de omstandigheden en de rechter, maar in het verleden zijn er al celstraffen uitgesproken tot 6 maanden.

Voetbalstewards

voetbalstewards

Wanneer en hoe mag een steward tussenkomen?

Een voetbalsteward is een beveiligingsmedewerker en toezichthouder voor, tijdens en na voetbalwedstrijden.

De belangrijkste taak van een voetbalsteward is het toezien op de algemene veiligheid van mensen en op eventueel wangedrag van voetbalsupporters in en rond het stadion waar voetbalwedstrijden van een betaalde voetbalorganisatie plaatsvinden.

Voetbal is het enige sportevenement waarvoor de inzet van stewards in de handhaving van de orde wettelijk geregeld is.

Door juist en adequate manier van optreden door voetbalstewards kunnen veel problemen worden voorkomen. Opstootjes en ongeregeldheden kunnen in de kiem gesmoord worden. Bij ongeregeldheden staat de voetbalsteward in de eerste lijn zodat hij direct handelend kan op treden.

Door hun aanwezigheid op het terrein ontraden de stewards gewelddadige gedragingen tussen de supporters. Hun interventieopdracht beperkt zich tot preventieve taken. Ze moeten supporters die te zeer de rust verstoren tot de orde roepen. Bij niet-naleving van het reglement van inwendige orde zullen ze de ordeverstoorders verzoeken het stadion te verlaten zonder evenwel geweld of welk dwangmiddel dan ook te gebruiken. Ze kunnen geen aanhoudingen verrichten, maar uiteraard wel, zoals elke andere particulier, een persoon die zij op heterdaad betrappen op het plegen van een misdaad of wanbedrijf staande houden teneinde hem onverwijld ter beschikking te stellen van de politiediensten (art. 1, 3° Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, Belgisch Staatsblad, 14 augustus 1990).

In geval van incident komen zij niet tussen en beperken zij zich tot het vereenvoudigen van een snelle en doeltreffende interventie van de politiediensten door ontrading of door zich tussen de gewelddadige supporters te plaatsen.

Volgens de voetbalwet staan stewards onder andere in voor:

  • Onthaal en begeleiding van de toeschouwers naar hun plaatsen;

De voetbalsteward is gastheer en verzekert een klantsupportergericht onthaal en informatie, waarbij hij elk element dat door de supporter als provocatief kan worden begrepen vermijdt.

De toeschouwer wordt geleid naar het blok, het compartiment en tot aan de plaats die overeenstemt met zijn ticket. De steward verzekert het verbod van toegang tot zones niet toegankelijk voor het publiek. Waar nodig vergezelt hij de spelleiders (scheidsrechter en lijnrechters) en de spelers.

  • Verstrekken van informatie aan de toeschouwers en de ordediensten;

De steward moet ten allen tijde informatie kunnen verstrekken aan de toeschouwers m.b.t. de organisatie, de infrastructuur, de hulpdiensten.

Anderzijds, via zijn observatie van het publiek - bij voorrang van de risicogroepen -, informeert hij altijd de politiediensten en/of de hulpdiensten, evenals de veiligheidsafgevaardigde, in geval van incident of gevaarssituatie, of indien hij bepaalde tekenen van spanning of stress waarneemt in de massa.

Elk gebrek vastgesteld m.b.t. de infrastructuur van het stadion deelt hij mee aan de veiligheidsafgevaardigde, via de hoofdsteward.

  • Controle op infrastructuur;

Zowel voor als na elke match voeren de stewards een inspectie uit van de installaties en besteden zij daarbij bijzondere aandacht aan de installaties waar de harde kernen plaatsnemen.

Zij moeten de veiligheidsafgevaardigde informeren over elk vastgesteld gebrek m.b.t. de infrastructuur van het stadion, zodat daaraan zo snel mogelijk kan worden verholpen.

  • Vrijhouden van toegangs- en evacuatiewegen;

De stewards moeten waken over de goede doorstroming van de massa van toeschouwers en over het vrijhouden van de toegangs- en evacuatiewegen.

Daarenboven waken ze over een vlotte toegang naar en op de parkings, gesitueerd op de terreinen van de organisator.

  • Het nemen van maatregelen in de afwachting van de komst van hulp- en veiligheidsdiensten;

Een voetbalsteward moet bijstand kunnen leveren. In geval van ongeval of incident moet de steward, als vertegenwoordiger van de organisator, in staat zijn snel tussen te komen.

Dit kan onder meer door:

  • De eerste zorgen toe te dienen, in samenwerking met de medische hulpdienst;
  • Een begin van brand te doven;
  • Deelnemen aan de controle op de naleving van het reglement van inwendige orde, onder meer door het uitvoeren van toegangscontroles.

Complementair met de controles door de suppoosten naar het bezit van een ticket, controleren de stewards de geldigheid van de tickets, zorgen zij ervoor dat de supporters zich naar de plaatsen begeven die met hun ticket overeenstemt en zien zij erop toe, in coördinatie met het optreden van de politiediensten, dat geen verboden voorwerpen zoals alcoholische dranken, wapens, stokken enz. worden naar binnen gebracht. De aanschaf van een ticket door een persoon impliceert dat deze zich onderwerpt aan de contractuele voorwaarden die door de organisator worden opgelegd en vastgelegd in zijn reglement van inwendige orde, waarvan de betrokkene voorafgaandelijk kennis kan nemen.

Het betreft hier een controle uitgeoefend op vrijwillige basis, die niet mag worden verward met de veiligheidsfouillering, zoals omschreven door artikel 28 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, Belgisch Staatsblad, 22 december 1992.

Weigering van controle leidt tot een toegangsverbod op basis van contractbreuk.

  • Gebruik van geweld

De steward treedt op binnen het stadion en eventueel op de privéparkings die bij het stadion behoren.

Hij beschikt over geen enkele politiebevoegdheid en kan dus, onder meer, geen geweld gebruiken, geen dwang aanwenden, noch veiligheidsfouilleringen verrichten. Hij kan daarentegen wel de controles uitvoeren nodig voor het toezicht op de naleving van het reglement van inwendige orde van het stadion.

Er is hieromtrent een strikt wettelijk kader opgebouwd met name Omzendbrief OOP 22 betreffende het algemeen statuut van de voetbalstewards.

Sinds de wet van 3 juni 2018 is onder meer het potentiele werkgebied van stewards uitgebreid.

Er gelden wel een aantal specifieke voorwaarden. In het geval van een voetbalevenement georganiseerd in een stadion, kunnen de stewards zoals voorzien in deze wet, worden ingezet als voetbalstewards waarbij hun bevoegdheden identiek zijn:

  • een oppervlakkige controle van kledij;
  • de begeleiding van toeschouwers
  • bediening van evacuatiepoorten;
  • controle van de infrastructuur;

Bij voetbalevenement buiten een voetbalstadion, kunnen stewards worden ingezet (en de daarbij gaande stewardvest dragen) om bepaalde taken inzake veiligheid uit te voeren.

Het gaat hier uitsluitend over:

  • het controleren van de toegangsbewijzen en
  • het loutere onthaal van de toeschouwers zonder dat hierbij controle van kledij en bagage gebeurt.
  • Bewakingsactiviteiten zoals gedefinieerd in de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid kunnen dus niet door stewards buiten een voetbalstadion worden uitgevoerd.
  • Ook verstrekken de stewards aan het publiek alle nuttige informatie met betrekking tot de organisatie, de infrastructuur en de hulpdiensten.
  • Ze delen aan de hulp- en politiediensten elke informatie mee betreffende de toeschouwers die de orde kunnen verstoren.
  • De bevoegdheden van de stewards zijn buiten het stadion dus veel beperkter dan in een stadion.

De stewards dienen wel nog steeds onder het gezag te staan van een door de organisator, zijnde een voetbalclub of -bond, gemandateerde en opgeleide veiligheidsverantwoordelijke.

2. Mag een steward uw ID vragen?

Een steward mag wettelijk gezien geen e-ID controleren. Een toegangsticket is vaak een één op één ticket. De stewards hebben wel de mogelijkheid aan de supporter te vragen aan te tonen dat hij de persoon is aan wie het ticket toebehoort. Het kenbaar maken van je persoon hoeft niet via e-ID kan ook aan de hand van een rijbewijs of iets anders.

3. Moet ik de bevelen van een steward opvolgen?

Iedereen die een ticket aankoopt/krijgt en hierdoor zich dus toegang verschaft tot het stadion verklaart zich akkoord met het Reglement van Inwendige Orde van de voetbalclub.

Artikel 6 van het reglement van inwendige orde geeft aan welke handelingen door de stewards kunnen gesteld worden met name:

Artikel 6 houdt het volgende in:

  • Eenieder die het stadion betreedt of wenst te betreden, met inbegrip van de houder van een toegangsbewijs of van een speciale toelating, onderwerpt zich aan de controle van zijn toegangsbewijs of van deze speciale toelating.
  • Indien er stewards aanwezig zijn, kunnen deze personen die het stadion betreden of wensen te betreden van hetzelfde geslacht als het hunne, verzoeken zich vrijwillig aan een oppervlakkige controle van kleding en bagage te onderwerpen, teneinde voorwerpen te detecteren waarvan het binnenbrengen in het stadion het verloop van de wedstrijd kan verstoren, de veiligheid van de toeschouwers in het gedrang kan brengen en de openbare orde kan verstoren.
  • De stewards kunnen om afgifte van voorwerpen verzoeken die het verloop van de wedstrijd kunnen verstoren, de veiligheid van de toeschouwers in het gedrang kunnen brengen of de openbare orde kunnen verstoren.
  • De stewards beslissen welke voorwerpen tijdelijk kunnen worden bewaard met het oog op teruggave na de wedstrijd
  • De bewaargever geeft vrijwillig deze voorwerpen in kosteloze bewaring af en bekomt een ticket. Na de wedstrijd wordt aan de bewaargever het voorwerp enkel terugbezorgd tegen afgifte van dit ticket. De artikelen 1915 tot en met 1954quater van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing.

Artikel 14 geeft nog een extra bescherming met betrekking tot de uitvoering van artikel 6, meer bepaald:

  • De persoon, die de toegang tot het stadion wordt geweigerd of die door de beslissing van de organisator verplicht wordt het stadion te verlaten of de bepalingen van het reglement van inwendige orde niet naleeft, kan uitgesloten worden voor het bijwonen van voetbalwedstrijden overeenkomstig de vigerende burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure.
  • De “Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden” van 21 december 1998 en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

4. Mag een steward een fouille uitvoeren?

De stewards kunnen de houders van een toegangsbewijs of van de speciale toelating, van hetzelfde geslacht als het hunne, verzoeken vrijwillig aan een oppervlakkige controle van kleding en bagage te onderwerpen, teneinde voorwerpen te detecteren waarvan het binnenbrengen in het stadion het verloop van de wedstrijd kan verstoren, de veiligheid van de toeschouwers in het gedrang kan brengen en de openbare orde kan verstoren. De stewards kunnen om afgifte van die voorwerpen verzoeken.

De toegang tot het stadion wordt ontzegd door de stewards aan eenieder die zich tegen deze controle of afgifte verzet of bij wie is vastgesteld dat hij of zij in het bezit is van een wapen of een gevaarlijk voorwerp alsook aan iedereen die op enigerlei wijze in strijd handelt met de bepalingen van één of meerdere artikelen van dit reglement van inwendige orde.

Sommige gebruiksvoorwerpen zoals motorhelmen,… kunnen tijdelijk worden bewaard met het oog op teruggave na de wedstrijd. De bewaargever geeft vrijwillig deze voorwerpen in kosteloze bewaring af en bekomt een ticket. Na de wedstrijd wordt aan de bewaargever het voorwerp enkel terugbezorgd tegen afgifte van dit ticket. De artikelen 1915 tot en met 1954 quater va het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing.

5. Waar kan een burger een klacht indienen tegen een voetbalsteward?

De KBVB heeft een meldpunt ‘Come together’’ opgesteld waar eender wie in ongeacht welke entiteit een klacht kan indienen met betrekking tot voetbal, discriminatie, racisme, matchfixing,…. Dus ook een klacht tegen stewards e.a.

Meldpunt | Royal Belgian FA (rbfa.be): Ben je slachtoffer/getuige (geweest) van discriminatie, grensoverschrijdend gedrag of competitievervalsing? Aarzel dan niet om het ons onmiddellijk te melden. We behandelen jouw melding discreet en vertrouwelijk. De KBVB gaat zorgvuldig om met uw gegevens.

Bewakingsagenten

bewakingsagent

1. "Ik ga op een avond uit met een paar vrienden en we komen aan bij de ingang van een bekende nachtclub. De bewakingsagent liet mijn vrienden binnen maar weigerde mij binnen te laten. Hij maakt me duidelijk dat het etablissement een heteroseksuele plaats betreft en er voor “homo’s” speciale plaatsen bestaan.  Kan hij mij de toegang weigeren op deze basis?"

Bewakingsagenten mogen de toegang tot een plaats niet weigeren of verhinderen op grond van directe of indirecte discriminatie.  In dergelijke gevallen raden wij u aan klacht neer te leggen bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (UNIA), de politie en onze diensten. Elke vaststelling tot inbreuk op deze bepaling zal worden bestraft met administratieve en/of strafrechtelijke sancties.

2. “Ik ga regelmatig naar het postkantoor en ik merk dat de bewakingsagent die de toegang controleert, zijn identificatiekaart altijd ondersteboven draagt. Is dit wettelijk toegestaan?”

Nee, bij het uitvoeren van bewakingsactiviteiten moet een bewakingsagent zijn identificatiekaart duidelijk leesbaar dragen. Bovendien dient een bewakingsagent deze identificatiekaart te tonen indien een persoon dit vraagt.

Elke vaststelling van inbreuk op deze bepaling wordt bestraft met een administratieve sanctie. Mogelijkse sancties inzake zijn:

  • Een waarschuwing;
  • Een minnelijke schikking (bedraagt 30% van het bedrag van de administratieve geldboete zonder evenwel lager te zijn dan 100 euro);
  • Een administratieve geldboete (100 euro tot 25.000 euro met dien verstande dat het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld volgens de boetevorken die gelden voor de vastgestelde inbreuken).

3. “Ik ga naar een festival. Om toegang te krijgen tot de plaats, onderwerp ik me vrijwillig aan de controle van goederen uitgevoerd door een bewakingsagent. Bij de ingang fouilleert hij mijn zakken en steekt zijn handen erin om alles eruit te halen. Hij steekt ook zijn handen in mijn rugzak en haalt er alle voorwerpen uit. Ik moet vermelden dat ik een vrouw ben terwijl de agent die mij controleert een man is. Heeft hij onder deze omstandigheden het recht om zo'n uitgebreide controle uit te voeren?"

Nee.  Bewakingsagenten kunnen bij de uitoefening van hun bewakingsactiviteiten wel toegangscontrole uitvoeren in bepaalde omstandigheden.  Op een festival gelden volgende specifieke voorwaarden:

  • Het enige doel bestaat eruit na te gaan of een persoon wapens of gevaarlijke voorwerpen bij zich draagt waarvan het binnenbrengen het goede verloop van het evenement kan verstoren of de veiligheid van de aanwezigen in het gedrang kan brengen.  Elk ander doel (vb. controleren of een persoon eigen voedsel/drank meeheeft) is verboden;
  • Het gaat om een visuele controle van de bagage en haar inhoud.  De bewakingsagent kan met andere woorden enkel visueel controleren en niet zelf met de handen de bagage aftasten of legen.  De bewakingsagent kan wel vragen aan de gecontroleerde persoon om zijn bagage te legen.  Deze visuele controle kan gebeuren door een bewakingsagent van een ander geslacht dan de gecontroleerde persoon;
  • De visuele controle kan gepaard gaan met een oppervlakkige betasting van de kledij.  In dit geval zal de agent de omtrekt (de buitenkant) van de kleding aftasten om zich ervan te vergewissen dat de persoon geen wapen of gevaarlijk voorwerp verbergt.  In geen geval mag hij zijn handen in de kledijzakken van de persoon steken. Indien zij de aanwezigheid van een ongewoon voorwerp, bijvoorbeeld in grootte of vorm, opmerken, moeten zij de persoon vragen het voorwerp te tonen.  Bovendien kan deze oppervlakkige betasting enkel worden uitgevoerd door bewakingsagenten van hetzelfde geslacht als de gecontroleerde persoon.

Elke vaststelling van inbreuk op deze bepaling wordt bestraft met een administratieve sanctie. Mogelijkse sancties inzake zijn:

  • Een waarschuwing;
  • Een minnelijke schikking (bedraagt 30% van het bedrag van de administratieve geldboete zonder evenwel lager te zijn dan 100 euro);
  • Een administratieve geldboete (100 euro tot 25.000 euro met dien verstande dat het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld volgens de boetevorken die gelden voor de vastgestelde inbreuken)

4. "Wie mag mijn goederen controleren bij het verlaten van een winkel?"

Enkel een bewakingsagent kan de goederen controleren die een klant bij zich draagt bij het verlaten van een winkelruimte, teneinde vast te stellen of goederen uit een winkel zijn ontvreemd.

Om vast te stellen of goederen uit de winkel zijn gestolen, mag de bewakingsagent de goederen die de klant bij het verlaten van de winkel bij zich draagt, alleen controleren als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  • bij de ingang tot de winkelruimte wordt de mogelijke uitgangscontrole aangekondigd op een door de minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde wijze;
  • de controle kan alleen bij de uitgang worden verricht en nadat, voorafgaand aan de uitvoering ervan,  u vermoedt dat de klant de plaats van betaling is voorbijgegaan zonder te hebben betaald voor bepaalde goederen die hij bij zich heeft. Een voorafgaande observatie van de betrokken klant door de bewakingsagent of een waarschuwingssignaal van een detectieapparaat bij de uitgang van de winkel zijn voldoende elementen om dit vermoeden te staven;
  • de controle bestaat uitsluitend uit de verificatie van de goederen die vrijwillig door de betrokkene worden voorgelegd en die zich op zijn persoon of in zijn handbagage bevinden, en, in voorkomend geval, een vergelijking met het betalingsbewijs.
  • U bent houder van een identificatiekaart en van het "algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent" en het "bekwaamheidsattest bewakingsagent - winkelinspecteur".

Elke vaststelling van inbreuk op deze bepaling wordt bestraft met een administratieve sanctie. Mogelijkse sancties inzake zijn:

  • Een waarschuwing;
  • Een minnelijke schikking (bedraagt 30% van het bedrag van de administratieve geldboete zonder evenwel lager te zijn dan 100 euro);
  • Een administratieve geldboete (100 euro tot 25.000 euro met dien verstande dat het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld volgens de boetevorken die gelden voor de vastgestelde inbreuken).

5. "Ik heb een afspraak in een bedrijf voor een gesprek. De bewakingsagent bij de ingang vraagt ​​mij om hem mijn identiteitskaart te tonen om toegang tot de plaats te krijgen. Kan een bewakingsagent mijn identiteitskaart opvragen?"

Ja, bewakingsagenten kunnen de identiteit controleren bij de toegang tot niet voor het publiek toegankelijke plaatsen. In hoofdzaak gaat het dan om de plaatsen waar de toegang enkel voorzien is voor werknemers, beheerders of specifieke genodigden tot die plaats. Ze mogen ook identiteitscontroles doen bij de toegang tot de speelzalen van kansspelinrichtingen.

Ze mogen dan vragen dat er een identiteitsdocument (identiteitskaart, rijbewijs, ...) wordt voorgelegd. Zodra ze de identiteit gecontroleerd hebben, moeten ze het identiteitsdocument teruggeven. Zij mogen nooit identiteitsdocumenten kopiëren, inhouden of bewaren.

Elke vaststelling van inbreuk op deze bepaling wordt bestraft met een administratieve sanctie. Mogelijkse sancties inzake zijn:

  • Een waarschuwing;
  • Een minnelijke schikking (bedraagt 30% van het bedrag van de administratieve geldboete zonder evenwel lager te zijn dan 100 euro);
  • Een administratieve geldboete (100 euro tot 25.000 euro met dien verstande dat het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld volgens de boetevorken die gelden voor de vastgestelde inbreuken).

Politie

politiemensen

1. Mag je een politieambtenaar filmen tijdens een interventie en mag je dit nadien op sociale media plaatsen?  

In een arrest van 14 februari 2019 heeft het Europees Hof van Justitie duidelijk gemaakt dat ook de politieambtenaar bescherming geniet van zijn persoonsgegevens tijdens de uitvoering van zijn politieopdracht en hij ook een zekere bescherming van zijn privacy geniet. Het Hof maakt duidelijk dat voor het filmen van politieambtenaren tijdens een interventie geen beroep kan gedaan worden op de uitsluitingsgrond van het verwerken van persoonsgegevens voor uitsluitend persoonlijke doeleinden.

Aan de andere kant is het Hof van oordeel dat niet alleen professionele journalisten (gebonden aan gedragscodes) politieambtenaren kunnen filmen, wanneer het gaat om feiten die het publieke belang raken en men in dat geval niet de toestemming van de gefilmde persoon (dus politieambtenaar) moet krijgen. Ook de zogenaamde ‘burgerjournalist’ kan deze uitzonderingsgrond inroepen. Maar het Hof van Justitie gaat niet mee in de (dikwijls foutief voorgestelde) visie dat elk politioneel optreden de publieke opinie raakt.

Dit betekent dat degene die de politieambtenaar filmt een gerechtvaardigd belang moet kunnen aantonen op het ogenblik dat de beelden worden gemaakt. Indien geen rechtsgrond kan worden aangetoond, stelt men zich bijgevolg bloot aan een strafrechtelijke sanctie op grond van artikel 222, 1°-2°, WGB.

Sociale media

Juridisch gezien kan men geen eenduidig antwoord op geven op de vraag of beelden van politieoptredens op sociale media mogen worden geplaatst. In principe mag er geen publicatie plaatsvinden zonder toestemming of gerechtvaardigde reden, behoudens welbepaalde uitzonderingen, zoals met name journalistieke doeleinden. De Europese rechtspraak interpreteert de notie van journalistieke doeleinden / algemeen belang wel ruim. Het COC daarenboven is strenger en stelt dat er op het moment van filmen reeds een gerechtvaardigd belang moet kunnen worden aangetoond.

2. Mogen politieagenten handboeien gebruiken bij personen op basis van het gedrag van de betrokkene bij eerdere arrestaties?

Onder bepaalde voorwaarden mag men handboeien gebruiken. Het gebruik van hanboeien is toegelaten bij de overbrenging en bewaking van gedetineerden en bij de bewaking van een persoon die gearresteerd wordt, als daarbij gelet wordt op de volgende omstandigheden:

-het gedrag van die persoon bij (vroegere) arrestaties;
-de aard van het gepleegde misdrijf;
-de aard van de veroorzaakte storing aan de openbare orde;
-het verzet/geweld tegen arrestatie;
-het ontvluchtingsgevaar;
-het gevaar dat de persoon voor zichzelf, voor politie of derden vormt.

3. Mag een politieambtenaar mij fouilleren?

 

Veiligheidsfouillering

De veiligheidsfouillering overeenkomstig artikel 28, §§ 1 en 4 WPA is een fouillering van bestuurlijke politie waarbij elke politieambtenaar een persoon kan fouilleren om te controleren of die geen wapen, of enig ander voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde, bij zich draagt of vervoert.

Het fouilleren is het zintuiglijk speuren in, op of onder de kleding van een aanwezige persoon of de controle van de bagage van die persoon, om na te gaan of die niet bepaalde voorwerpen of zaken bij zich heeft.  Het houdt in dat het lichaam van de betrokkene wordt betast, zijn kleren worden doorzocht en zijn bagage wordt gecontroleerd. Men kan boven de kledij de persoon aftasten, en men mag ook in de kledij van een persoon tasten, bijvoorbeeld in zijn broekzakken of in de binnenzak van een jas. 

De fouillering mag niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Behalve bij een veiligheidsfouillering voor of na een aanhouding, mag de betrokken persoon voor de fouillering niet langer dan één uur worden opgehouden. Bovendien dient te worden opgemerkt dat de door de wet voorgeschreven termijnen maximumtermijnen zijn. De opgehouden persoon moet zo snel mogelijk worden gefouilleerd.

Gerechtelijke fouillering

De gerechtelijke fouillering overeenkomstig artikel 28, §2 WPA is een fouillering van gerechtelijke politie bij personen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke vrijheidsbeneming, alsook bij personen ten aanzien van wie aanwijzingen bestaan dat zij overtuigingsstukken of bewijsmateriaal in verband met een misdaad of wanbedrijf bij zich dragen.

Volgens de rechtspraak en rechtsleer is een gerechtelijke fouillering toegestaan wanneer een misdrijf wordt vastgesteld, ofwel wanneer er redelijke en objectieve redenen zijn om aan te nemen dat een misdrijf werd of zal worden gepleegd. Een dergelijk vermoeden moet gebaseerd zijn op concrete feiten of omstandigheden.

De gerechtelijke fouillering mag eveneens niet langer duren dan de daartoe noodzakelijke tijd en dit tot een maximum van zes uur.

Opsluitingsfouillering

Overeenkomstig artikel 28, § 3 WPA wordt een persoon, alvorens hij in een cel wordt opgesloten, gefouilleerd om zich ervan te vergewissen dat hij niet in het bezit is van voorwerpen of stoffen die gevaarlijk zijn voor hemzelf of voor anderen of van die aard zijn een ontsnapping te vergemakkelijken. 

Deze fouillering mag ook niet langer duren dan de tijd die ervoor nodig is, doch de wetgever heeft hiervoor geen maximumtermijn bepaald. De termijn van één uur die geldt voor de veiligheidsfouillering moet hier evenwel eveneens als een maximumtermijn worden beschouwd.

De opsluitingsfouillering kan uitgevoerd worden door om het even welke politieambtenaar maar ook door een ‘andere’ persoon. Zo mag deze fouillering worden uitgevoerd door een lid van de politiediensten dat niet over de hoedanigheid van politieambtenaar beschikt  en zelfs door iemand die geen deel uitmaakt van de politiediensten.

Geslacht van de persoon die de fouillering uitoefent

Inzake veiligheidsfouilleringen geldt dat de fouillering moet worden uitgevoerd door een politieambtenaar van hetzelfde geslacht:

  • wanneer die gebeurt ten aanzien van personen die deelnemen aan openbare bijeenkomsten die een reële bedreiging vormen voor de openbare orde;
  • of ten aanzien van personen die toegang hebben tot plaatsen waar de openbare orde wordt bedreigd.

De veiligheidsfouillering moet daarentegen zoveel mogelijk worden uitgevoerd door een politieambtenaar van hetzelfde geslacht, wanneer de fouillering plaatsvindt in de volgende gevallen:

  • indien er, op grond van de gedragingen van de persoon, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden zijn om te denken dat de persoon die aan een identiteitscontrole wordt onderworpen overeenkomstig artikel 34 WPA, een wapen zou kunnen dragen of enig voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde;
  • wanneer een persoon het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke arrestatie of gerechtelijke vrijheidsbeneming.

Deze laatsten betreffen immers onverwachte fouilleringen, waardoor het dus niet steeds mogelijk is dat de betrokkene telkens door iemand van hetzelfde geslacht kan gefouilleerd worden.

Hetzelfde uitgangspunt geldt bij de gerechtelijke fouillering.

De opsluitingsfouillering dient evenwel altijd te gebeuren door een persoon van hetzelfde geslacht.

Er dient ook opgemerkt te worden dat de eis om de fouillering te doen verrichten door een persoon van hetzelfde geslacht als de gefouilleerde, niet geldt voor het doorzoeken van zijn kleren als dusdanig, noch voor het doorzoeken van zijn bagage, zelfs niet indien de fouillering door iemand van hetzelfde geslacht is voorgeschreven.

Geweld bij fouillering

Artikel 37, tweede lid WPA bepaalt dat elk gebruik van geweld redelijk moet zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel. Bovendien kan geweld maar gebruikt worden om een wettig doel na te streven dat niet op een andere wijze kan worden bereikt, aldus artikel 37, eerste lid WPA. Geweld is dus toegelaten, maar dan enkel als er verzet is vanwege de betrokkene en enkel in de mate dat het noodzakelijk is om daadwerkelijk tot de fouillering (zijnde het wettige doel) te kunnen overgaan. 

4. Mag een politieambtenaar mijn ID vragen? In welke gevallen?

Een politieambtenaar mag overgaan tot een identiteitscontrole indien de voorwaarden van artikel 34 WPA voldaan zijn.

Een ID-controle kan plaatsvinden:

-bij vrijheidsberoving,
-bij personen die de openbare orde verstoren of zouden kunnen verstoren:
-bij personen die een feit, strafbaar met een administratieve (GAS) of strafrechtelijke sanctie willen plegen of hebben gepleegd (art. 34 WPA).

Op straat mag je nooit willekeurig of zomaar worden gecontroleerd. Aangezien de verdachte gedragingen in dit artikel echter niet gedefinieerd worden, moet het lid van het operationeel kader zelf bepalen wat verdacht gedrag is en wat niet.

Het blijft evenwel mogelijk om een identiteitsvaststelling te doen op grond van het KB van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, waarbij burgers op elk verzoek van de politie hun identiteitskaart moeten voorleggen. Dit betreft niet een concept van willekeur, maar valt niet onder de strikte verantwoording zoals deze bestaat bij art. 34 WPA.

5. Indien ik een slachtoffer ben van politiegeweld, waar kan ik dan klacht indienen?

  • Politiekorps of Dienst Intern toezicht:

Als je aanvoelt dat je niet correct behandeld werd door een politieman of -vrouw, dan kan je een klacht indienen indien het een strafbaar feit betreft zoals bv. slagen en verwondingen.

Gaat het  over de politiewerking, het politieoptreden, deontologie,... dan kan je terecht bij de Dienst Intern Toezicht (DIT) van de politiezone waarvan die politieman of -vrouw deel uitmaakt.

Weet je niet tot welke politiezone de betrokken politiebeambte behoort? Zoek het hier op via de gemeente of postcode waar het voorval zich voordeed.

Indien het een personeelslid van de Federale Politie betreft kan dit via https://www.politie.be/5998/nl/contact/ontevreden-over-onze-diensten .

  • Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten - Comité P:

Meer uitleg over hoe je een klacht kan indienen zie https://comitep.be/index.html

  • Algemene Inspectie van de politie

https://www.aigpol.be/nl

  • De ombudsdienst van je stad of gemeente

Op de website van elke stad/gemeente is een contactpersoon vermeld voor de ombudsdienst van elke stad/gemeente die je verder kan helpen bij een klacht met betrekking tot geweld.

  • Jonger dan 18 jaar:

Vlaanderen: kinderrechtencommissariaat:

https://www.kinderrechtencommissariaat.be/

De Klachtenlijn onderzoekt grondig en onafhankelijk de klachten. De Klachtenlijn bemiddelt en geeft helder advies om de klacht om te buigen naar een oplossing in het belang van de minderjarige.

Fédération Wallonie-Bruxelles, Délégué général de la Communauté française aux droits de l’enfant:

http://www.dgde.cfwb.be/#:~:text=Vous%20pouvez%20nous%20contacter%20en,les%20cas%2C%20durant%20cette%20crise.

‘Le Délégué général aux droits de l'enfant’ is open van 09u00 tot 17u30 en staat paraat voor alle vragen van jongeren of ouders met betrekking tot problemen die zij tegenkomen in het leven. Ze proberen oplossingen voor deze problemen aan te reiken.