Veelgestelde vragen

Vind het antwoord op uw vragen in onze FAQ’s en de lijst met meestgestelde vragen op deze website. De FAQ / veelgestelde vragen zijn gesorteerd per thema.
159 resultaten

Bewakingsagent

Welke bevoegdheden heeft een bewakingsagent?

De wet voorziet 3 soorten bevoegdheden die steeds gepaard gaan met specifieke regels of voorwaarden. Deze regels zorgen o.a. voor een vrijwaring van de fundamentele rechten van de burgers.

1. Generieke bevoegdheden: bevoegdheden die gelden bij de uitoefening van bewakingsactiviteiten ongeacht de omstandigheden (art. 94 tot 120 van de wet private veiligheid).

  • Toegangscontrole van personen en bij niet publiek toegankelijke plaatsen van voertuigen.
  • Identiteitscontroles bij alle (nieuw) niet voor het publiek toegankelijke plaatsen.
  • Bewaking van de veiligheidsperimeter bij noodsituaties.
  • Bewaking op de openbare weg in gelimiteerde gevallen.

2. Activiteitsgebonden bevoegdheden en/of verplichtingen: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt indien hij een bepaalde bewakingsactiviteit uitoefent (art. 121 tot 135 van de wet private veiligheid). bijv.: 

  • Winkelinspectie (het interpelleren van klanten die van diefstal worden verdacht.
  • Verkeersbegeleiding (de bewakingsagent heeft op dat moment ook de bevoegdheden als signaalgever).
  • Beveiligd vervoer (gebruik van ontwaardingssystemen).
  • Uitgaansmilieu (de activiteiten aan de in- of uitgang gebeuren in het gezichtsveld van camera’s, behalve in occasionele dansgelegenheden).

3. Situationele bevoegdheden: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt op specifieke plaatsen of in specifieke situaties (art. 136 tot 145 van de wet private veiligheid). bijv.:

  • De systematische controle van en in de voertuigen bij het verlaten van sites waar nucleair materiaal wordt bewaard.
  • Het zoeken naar onbevoegde personen op nucleaire sites of in bepaalde havenfaciliteiten.

Camerawet

Hoe zit het met dashcams?

Volgens de interpretatie van de Gegevensbeschermingsautoriteit zijn de dashcams die worden gebruikt in de wagens om beelden te hebben bij ongevallen (gebruikt als bewijsmateriaal bij aanrijding) geen bewakingscamera's in de zin van de camerawet.

De wetgeving die van toepassing is dus de GDPR (AVG- Algemene Verordening Gegevensbescherming).

Als deze dashcams de doeleinden van de camerawet beogen (voorkomen, vaststellen, opsporen van inbreuken of overlast op de openbare weg, of er de openbare orde handhaven), zijn zij niet toegelaten. De camerawet beperkt immers het gebruik van mobiele bewakingscamera's op niet-besloten plaatsen tot specifieke gevallen die niet van toepassing zijn op particulieren.

Zolang zij gebruikt worden buiten het toepassingsgebied van de camerawet, moeten deze camera's dus niet worden aangegeven in de nieuwe toepassing.

Welke camera's moeten aangegeven worden?

De camerawet is enkel van toepassing op bewakingscamera’s d.w.z. camera's die geplaatst en gebruikt worden voor toezicht op en bewaking van plaatsen en die dienen om:

  • misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen, op te sporen, 
  • overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen, op te sporen, de naleving van gemeentelijke reglementen te controleren of de openbare orde te handhaven.

Deze wet is overigens niet van toepassing op de bewakingscamera's:

  • waarvan de plaatsing en het gebruik reeds door een bijzondere wetgeving geregeld zijn 

bijv.: de camera's van de politiediensten

  • op de werkplaats (gebruikt in het kader van de werkrelatie)
  • van de openbare inspectie- en controlediensten, waaronder de wet die hun bevoegdheden regelt, voorziet in de mogelijkheid om camera's te gebruiken in het kader van hun opdrachten.

bijv.:douanediensten of diensten van de sociale inspectie. 

In alle andere gevallen  moet iedere persoon, natuurlijk of rechtspersoon (particulier, onderneming, administratie,...) een aangifte indienen wanneer hij/zij (vaste of mobiele) bewakingscamera's plaatst en/of gebruikt om een plaats te bewaken.

Bijv.:

  • particulier die een camera plaatst om de ingang van zijn huis te bewaken;
  • gemeentelijke overheden die bewakingscamera's plaatsen en gebruiken om overlast die wordt bestraft met gemeentelijke administratieve sancties te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of om de naleving te controleren van de gemeentelijke reglementen;
  • onderneming die camera's plaatst om haar gebouwen te beschermen tegen diefstal, beschadiging, inbraak, ...

Enige uitzondering: het geval van de natuurlijke persoon die aan de binnenkant van zijn privéwoning een bewakingscamera plaatst voor persoonlijke en huiselijke doeleinden.

Mijn camera’s worden op de werkplaats gebruikt. Moeten ze aangegeven worden via de applicatie www.aangiftecamera.be?

De camerawet is niet van toepassing op “bewakingscamera’s op de werkplaats met het oog op de veiligheid en de gezondheid, de bescherming van de goederen van de onderneming, de controle van het productieproces en de controle van de arbeid van de werknemer” (artikel 3, 2de lid, van de camerawet).

Deze bewakingscamera’s moeten dus niet aangegeven worden op het e-locket, BEHALVE als ze ook voor de bewakingsdoeleinden bedoeld in de camerawet worden gebruikt. De CAO 68 is inderdaad enkel van toepassing in het kader van de werkrelatie. De camerawet blijft dus van toepassing als de camera’s op een ruimere manier gebruikt worden. Bijv. Als de camera’s geplaatst worden in een plaats die toegankelijk is voor andere personen dan de werknemers (bv. Een winkel), zal de camerawet ook van toepassing zijn en de camera’s zullen moeten worden aangegeven via het e-locket.

Men moet dus letten op de doeleinden van deze camera’s en nakijken of de camera’s alleen in het kader van de werkrelatie gebruikt worden en voor de hierboven beschreven doeleinden (die de toepassing van de camerawet uitsluiten).

Indien deze camera’s worden gebruikt in een ruimer kader dan de werkrelatie, dan zal in het algemeen de camerawet van toepassing zijn en de camera’s zullen moeten aangegeven worden op de applicatie www.aangiftecamera.be

Is een videoparlofoon een bewakingscamera?

Een videoparlofoon wordt niet als een bewakingscamera beschouwd, als het niet gebruikt wordt voor de doeleinden bedoeld in de camerawet (bewaking en toezicht om misdrijf tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen of op te sporen) maar alleen om de persoon dit aanbelt te identificeren.

Als uw videoparlofoon ook als bewakingscamera dient (d.w.z. voor bewaking en toezicht om misdrijf tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen of op te sporen), dan is de camerawet van toepassing. Dit zal in het bijzonder het geval zijn als de beelden opgenomen worden om bewijzen te hebben in geval van poging tot inbraak of andere.

Als mijn camera wel de bewaking van en het toezicht op de plaats beoogt, maar de beelden niet opneemt, moet ik dan de camerawet toepassen en voldoen aan de verplichtingen die de camerawet voorschrijft?

Ja, zodra een camera een bewakingscamera is in de zin van de camerawet, zijn de regels van deze wet van toepassing, zelfs als de beelden niet opgenomen worden.

De wet is immers van toepassing op de observatiesystemen die beelden verwerken. Het begrip ‘verwerking’ is een zeer ruim begrip, dat alle mogelijke fases van de verwerking omvat, waaronder de gewone verzameling van beelden.

Het feit dat de beelden al dan niet opgenomen worden, is dus geen criterium voor de toepassing van de camerawet.

Moeten de camera’s van de politiediensten aangegeven worden op de site www.aangiftecamera.be?

Nee. Sinds 25 mei 2018 worden de camera’s die gebruikt worden door de politiediensten, niet meer geregeld door de camerawet, maar door de wet op het politieambt. Deze camera’s moeten dus niet aangegeven worden op deze toepassing, die enkel de camera’s beoogt die onder het toepassingsgebied van de camerawet vallen.

Controle

Wie kan toezien op de correcte naleving van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid en haar uitvoeringsbesluiten?

Er zijn verschillende actoren bevoegd voor het toezicht op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten:

  • Inspecteurs FOD Binnenlandse Zaken;

  • Inspecteurs sociale inspectiediensten: Toezicht Sociale Wetten (TSW), Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA);

  • Politie.

Al deze actoren dienen bij de uitvoering van hun opdrachten in het bezit te zijn van een legitimatiebewijs van hun ambt. 

Het Vast Comité van toezicht op de politiediensten, opgericht bij de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten, is gemachtigd toezicht uit te oefenen op de veiligheidsdiensten en –agenten tijdens hun activiteiten.

Wat zijn de bevoegdheden van de inspecteurs?

Voor het toezicht op de wet private veiligheid kunnen de inspecteurs:

  • op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle arbeidsplaatsen of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat daar activiteiten uitgeoefend worden die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen;

  • de identiteit van personen controleren en van hen een verhoor afnemen;

  • informatie doen voorleggen, verzamelen, opzoeken, onderzoeken en er uittreksels, duplicaten of kopieën van nemen;

  • beslag leggen op documenten, stukken, registers, boeken, schijven, registraties, informaticadragers, digitale dragers of beeldopnames;

  • foto’s en filmopnamen maken;

  • inlichtingen meedelen en informatie opvragen bij andere inspectiediensten of overheden.

Voor het toezicht op de wet private opsporing kunnen de inspecteurs:

  • zich toegang verschaffen tot het agentschap van de privé-detective tijdens de gewone openings- of werkuren
  • overgaan tot elk onderzoek, elke controle en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zijn nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd, en inzonderheid:
  1. indien ze het nodig achten, alle personen met kennis van feiten die nuttig zijn voor het goede verloop van het toezicht, ondervragen;
  2. ter plaatse de bescheiden, stukken, registers, boeken, schijven, banden of informatiedragers die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, doen voorleggen en daarvan uittreksels, afschriften of kopieën nemen;
  3. tegen ontvangstbewijs beslag leggen op de in b) bedoelde documenten noodzakelijk voor het bewijs van een inbreuk op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
  4. indien zij redenen hebben te geloven aan het bestaan van een inbreuk, in de bewoonde lokalen binnentreden, mits voorafgaande machtiging van de rechter bij de politierechtbank.  De bezoeken in de bewoonde lokalen moeten tussen acht en achttien uur gebeuren en door minstens twee ambtenaren of agenten gezamenlijk geschieden.

 

Hoe kan ik nagaan of het gaat om legitieme inspecteurs?

De inspecteurs worden aangewezen door de Koning en leggen, vóór zij hun functie daadwerkelijk gaan innemen, de eed af.  De aanwijzing van deze inspecteurs wordt via Ministerieel Besluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (MB 17 juni 2021 + MB 11 juli 2019).

Voor de uitvoering van hun opdrachten dienen de inspecteurs in het bezit te zijn van het legitimatiebewijs van hun ambt. De Koning legt het model van dat legitimatiebewijs vast (KB 2 november 2017 + KB 15 mei 2014 voor sociaal inspecteurs).  Vraag in geval van controle steeds om deze legitimatiekaart voor te leggen.

Wordt u gecontacteerd via e-mail? Controleer het e-mailadres (@ibz.fgov.be / @ibz.be), bezoek onze website of bel ons op.