Veelgestelde vragen

Vind het antwoord op uw vragen in onze FAQ’s en de lijst met meestgestelde vragen op deze website. De FAQ / veelgestelde vragen zijn gesorteerd per thema.
158 resultaten

Gemeenschapswacht

Moet een gemeenschapswacht die de opleiding gemeenschapswacht reeds gevolgd heeft voor de wijzigingen van de wet in 2014 de opleiding opnieuw volgen als hij bijvoorbeeld voor een andere gemeente gaat werken?

De geldigheid van de behaalde attesten blijft behouden. De gemeenschapswacht is niet verplicht om de opleiding  opnieuw te volgen tenzij natuurlijk de gemeente hier zelf op staat. 

Wat zijn de profielen van de lesgevers voor de opleiding ‘Gemeenschapswacht’?

Volgens het KB van 15 mei 2009 moet de erkende opleiding gedoceerd worden door lesgevers die beschikken over een nuttige ervaring van minimum 2 jaar of een diploma hoger onderwijs met betrekking tot de materie die ze zullen onderwijzen.

Is een gemeenschapswacht(-vaststeller) verplicht om een psychotechnisch onderzoek te ondergaan?

In de wet van 15 juli 2018 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken wordt gesteld in artikel 39,4° : “Het voldoen aan het profiel wordt nagegaan aan de hand van een psychotechnisch onderzoek, nader te bepalen door de minister van Binnenlandse Zaken.”

Deze verplichting is van toepassing voor alle gemeenschapswachten die zijn aangeworven na 5 oktober 2018.

Het KB van 14 augustus 2021 betreffende de organisatie van het psychotechnisch onderzoek voor de gemeenschapswacht en de gemeenschapswacht-vaststeller verstrekt meer informatie inzake het psychotechnisch onderzoek. De psychotechnische test wordt door SELOR afgenomen. Het psychotechnisch onderzoek bestaat uit 2 testen. Enerzijds 2 computergestuurde persoonlijkheidsvragenlijsten en anderzijds een interview. Enkel de gemeenten kunnen de kandidaten hiervoor inschrijven. Dit kan door een mail te richten naar tessa.schenk[email protected] Een Excel-bestand zal bezorgd worden, hetwelk vervolledigd dient te worden met de gegevens van de kandidaat-gemeenschapswacht.

De prijs van het psychotechnisch onderzoek bedraagt 200 euro. 
OPGELET: zodra de instructies en de link naar de persoonlijkheidsvragenlijsten aan de ingeschreven kandidaten zijn doorgemaild, zullen alle tests in rekening worden gebracht.
Hetzelfde geldt voor kandidaten die niet bij het gesprek aanwezig zijn; de test wordt ook in rekening gebracht.

Het onderzoek peilt naar bepaalde competenties waarover een gemeenschapswacht (-vaststeller) dient te beschikken. Het gaat hier in het bijzonder over de volgende 5 competenties:
1° respect voor medemensen;
2° burgerzin;
3° een incasseringsvermogen ten aanzien van agressief gedrag van derden en het vermogen om zich daarbij te beheersen;
4° respect voor plichten en procedures;
5° geen gevaar vormen voor de openbare orde.

Slagen voor het psychotechnisch onderzoek is noodzakelijk alvorens men de job van gemeenschapswacht(-vaststeller) mag uitoefenen. 

Er bestaat geen mogelijkheid tot herkansing. De kandidaat die niet geslaagd is, mag de job van gemeenschapswacht(-vaststeller) dan ook niet uitoefenen. 

Het is niet mogelijk voor personen die reeds het psychotechnisch onderzoek voor bewakingsagent hebben afgelegd om een vrijstelling te bekomen. 

Wat is de rol van de korpschef bij de aanwervingsprocedure?

De korpschef vervult bij de aanwervingsprocedure een adviserende rol.
 
De gemeenschapswachten, de  gemeenschapswacht-vaststeller en de  gemeenteambtenaar  belast met de leiding over de dienst, kunnen slechts door de gemeente worden aangeworven na advies van  de  korpschef van de lokale politie, bevoegd voor de politiezone waartoe de betrokken gemeente behoort. 

Voor het formuleren van zijn advies houdt de korpschef in het bijzonder rekening met de elementen die betrekking hebben op de volgende vereisten:
-    Zij mogen niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een correctionele of een  criminele straf, bestaande uit een boete, een werkstraf of een gevangenisstraf – behoudens veroordelingen voor verkeersovertredingen. 
-    Zij mogen geen feiten gepleegd hebben die, zelfs als ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een strafrechtelijke  veroordeling, kunnen  raken aan het  vertrouwen in de betrokkene, omdat ze ofwel een ernstige maatschappelijke tekortkoming  uitmaken, of omdat eruit blijkt dat de betrokkene niet beantwoord aan het gewenste profiel van gemeenschapswacht. 

Volgende categorieën kunnen onder deze feiten begrepen worden:
-    Strafrechtelijke feiten die het voorwerp uitmaken  van een strafrechtelijk onderzoek of  een  opsporingsonderzoek of een strafrechtsprocedure zonder dat er reeds een definitieve rechtelijke uitspraak is. 
-    Strafrechtelijke feiten die onvoldoende zwaarwichtig worden beschouwd om er op strafrechtelijk vlak gevolgen aan te verbinden, maar die toch van aard zijn om te twijfelen aan het vertrouwen in de betrokkene om hem/haar als gemeenschapswacht aan te stellen. 
-    Feiten van bestuurlijke politie (vb. ordeverstoringen, hooliganisme,…) 

Welke volgorde dient er inzake de opleiding “gemeenschapswacht” en het psychotechnisch onderzoek gerespecteerd te worden?

Er werd geen volgorde bepaald inzake de voltooiing van de opleiding en het psychotechnisch onderzoek.
Belangrijk is echter dat aan beide voorwaarden voldaan moet zijn voordat iemand als gemeenschapswacht mag worden ingezet. 
 

Is de vermelding ‘vaststeller’ verplicht op de kledij of kan dit via een armband-kaart?

Er dient een zichtbaar onderscheid gemaakt te worden tussen de functie van gemeenschapswacht en gemeenschapswacht-vaststeller en dit door middel van een band met de term “vaststeller” op de rechtermouw van vest/hemd/polo/t-shirt. 

Ook op de identificatiekaart dient het onderscheid tussen gemeenschapswacht en gemeenschapswacht-vaststeller duidelijk vermeld te zijn. 
 

Uitreiking identificatiekaarten

Elke gemeenschapswacht dient houder te zijn van een identificatiekaart, waarvan het model vastgelegd werd in het MB van 14 september 2020 tot bepaling van het model van identificatiekaart van de gemeenschapswachten en de gemeenschapswacht-vaststellers.

De identificatiekaart wordt uitgereikt door de minister van Binnenlandse Zaken nadat hij heeft vastgesteld dat de betrokkene voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 8 van de wet gemeenschapswachten.

Op 14 februari 2022 werd de ministeriële omzendbrief betreffende de identificatiekaarten van de gemeenschapswachten en de gemeenschapswacht-vaststellers gepubliceerd. 
De doelstelling van deze omzendbrief bestaat erin de procedure te beschrijven die zal worden gevolgd bij de opmaak en verdeling van de identificatiekaarten voor de gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers. 

Bijkomende informatie inzake de bij te voegen documenten tijdens het aanvragen van een identificatiekaart:

•    Uittreksel strafregister
Voor gemeenschapswachten bestaat er een specifiek model: Artikel 596.1, model voor gereglementeerde activiteiten (meer specifiek 596.1-16 gemeenschapswachten). Dit model dient opgeladen te worden. 
Het uittreksel mag maximum 3 maanden oud zijn, rekenend vanaf de datum van indiening van de aanvraag.

•    Advies korpschef
Er werd geen format bepaald waarin dit advies bijgevoegd dient te worden. De manier waarop het advies gevraagd wordt, is de vrije keuze van de gemeente/korpschef. Het is evenwel belangrijk dat het om een officieel advies van de korpschef gaat.

De vraag naar het advies van de korpschef komt voort uit artikel 7 §2 van de wet gemeenschapswachten:
“De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen door de organiserende gemeente slechts worden aangeworven na advies van de korpschef van de lokale politie bevoegd voor de politiezone waartoe de organiserende gemeente behoort.
Voor het formuleren van zijn advies houdt de korpschef in het bijzonder rekening met de elementen die betrekking hebben op de vereisten, bedoeld in artikel 8, 2°, 3°, 4° en 5°. Zonder het uitvoeren van specifieke onderzoeken, steunt hij zijn bevindingen op inlichtingen van bestuurlijke en gerechtelijke politie, waarvan hij kennis heeft.”

Moet de volledige naam (voornaam en familienaam) steeds op de badge worden vermeld?

In artikel 12 van de wet van 15 mei 2007 wordt bepaald welke vermeldingen de identificatiekaart van de gemeenschapswacht(-vaststeller) moet bevatten, namelijk:
1° de naam, voornaam en foto van de houder
2° de naam van de organiserende gemeente 
3° al naargelang van het geval, de functie van gemeenschapswacht of gemeenschapswacht-vaststeller
4° de vervaldatum van de identificatiekaart.

In de omzendbrief PREV 32 worden bijkomend de twee doelstellingen van de identificatiekaart vermeld, namelijk:
- door middel van deze kaart kan betrokkene aantonen dat hij voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor het uitoefenen van de functie van gemeenschapswacht of gemeenschapswacht-vaststeller
- de burger die zich benadeeld voelt door het optreden van een gemeenschapswacht of gemeenschapswacht-vaststeller, kan de beambte aan de hand van de identificatiekaart identificeren en zodoende zijn klachtrecht uitoefenen.

Omwille van deze bovenstaande redenen is het belangrijk dat de volledige naam (voornaam en familienaam) van de gemeenschapswacht(-vaststeller) op de identificatiekaart vermeld wordt.  

Hoe verloopt de aankoop van het uniform?

De steden en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aankoop van het uniform van hun gemeenschapswachten, uiteraard rekening houdende met de vigerende wetgeving uit het MB van 7 december 2008 betreffende de werkkleding en het embleem van de «gemeenschapswachten».

In de toekomst zal er door de FOD Binnenlandse Zaken een raamcontract opengesteld worden om één leverancier aan te stellen dewelke de uniformen aan alle steden en gemeenten met gemeenschapswachten zal aanleveren.
Vanaf zodra er nieuwe stappen in dit proces gezet worden, zal dit gecommuniceerd worden aan de relevante partners. 
 

Mogen gemeenschapswachten (in de zomermaanden) een korte broek dragen?

Hoewel het niet expliciet verboden is in de wet, is het voor de gemeenschapswachten niet aangeraden om in de zomerperiode gekleed te gaan in een bermuda of short.

In de omzendbrief PREV 32 wordt  er  meer in detail ingegaan op het  uniform. Onder punt 4 vinden we daar “een lange broek” terug.

In de wetgeving staat niet voorgeschreven uit welk materiaal de broek moet bestaan, dus de gemeenschapswachten mogen in de zomer wel een lange broek uit een lichte stof zoals bijvoorbeeld linnen dragen.