Om de rechten van de burgers en de continuiteit van de werking van bepaalde diensten te waarborgen, worden bij wet tot schorsing van bepaalde verval- en procedurele termijnen, gepubliceerd op 15 mei 2020 in het Belgisch Staatsblad, de hieronder beschreven termijnen, op voorwaarde dat ze nog niet verstreken zijn op 15 mei 2020 (datum van bekendmaking van de wet), geschorst tijdens de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020, periode die van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen. De termijnen beginnen dus opnieuw te lopen vanaf 2 juni 2020. Deze periode kan eventueel verlengd worden bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

De gezondheidssituatie en de voorziene quarantainemaatregelen hebben een grote impact op het verloop van bepaalde administratieve procedures alsook op de werking van de administratie. Het risico is reëel dat bepaalde overheidsdiensten niet meer in staat zijn het respect van de termijnen te verzekeren die in het kader van bepaalde administratieve procedures vastgelegd zijn door de vigerende regelgeving, waardoor de bestuurlijke handhaving in bepaalde domeinen, bepaalde tucht- en administratieve procedures, enz in het gedrang komen. Bovendien is het noodzakelijk om te garanderen dat elke burger en de lokale besturen hun rechten in het kader van de administratieve procedures ten volle kunnen laten gelden en dat elk dossier correct afgehandeld kan worden.

Daarom is voorzien dat bepaalde procedurele en vervaltermijnen, voorzien in specifieke administratieve procedures, tijdelijk geschorst worden. Het gaat meer bepaald om bepaalde termijnen die voorzien zijn door of krachtens volgende wetten:

Raadpleeg de wet houdende schorsing van bepaalde termijnen en bepaalde procedurele termijnen.

 

                                                                       ***

 

Termijnen van administratief toezicht op de politiezones

In de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, heeft de schorsing betrekking op de termijnen bedoeld in de artikelen 68, 70, 74, 76, 82, 87 §3 en 88; ofwel de termijnen van administratief toezicht op de politiezones.

  1. Deze artikelen betreffen de uitoefening van het algemeen en specifiek toezicht op de controle van de werking van de politiezones. De beslissingen van de politiezones betreffende de formatie van het personeel, de begroting en de wijzigingen die eraan worden aangebracht moeten worden goedgekeurd door de Gouverneur die een legaliteitscontrole uitoefent op deze beslissingen.
  2. De artikelen 68, 76 en 88 leggen de Gouverneur een strikte termijn (25 dagen) op om zich uit te spreken over een beslissing zoals hierboven vermeld. Een dergelijke taak veronderstelt de capaciteit om alle nodige inlichtingen en gegevens te verzamelen om deze beslissing te onderzoeken. In het licht van de vigerende uitzonderlijke maatregelen, moet die termijn worden opgeschort.
  3. Dezelfde argumentering geldt voor de artikelen 70 en 74, 82, 87, §3 waarin het om het onderzoek van het dossier door de minister gaat.

Veiligheid bij voetbalwedstrijden

In het kader van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, is voorzien in een schorsing van de verval- en procedurele termijnen bedoeld in de artikelen 10novies, §2, 25, tweede lid, 26, tweede lid, 2°, 30, derde lid, 32, 44, eerste lid en artikel 44, tweede lid.

  1. Artikel 10novies, §2: Gelet op de mogelijke schorsing in het kader van de artikelen 32 (verlenging van de verjaringstermijn van 6 maanden) en 25, tweede lid (verlenging van de termijn van drie maanden waarbinnen de politie PV’s aan de Voetbalcel kan overmaken) is het opportuun om de termijnen voor het bewaren van beelden te verlengen.
  2. Artikel 25, tweede lid: het is  geschikt om de termijn van maximum 3 maanden waarbinnen de politie de PV’s van de laatste wedstrijden kan overmaken te verlengen, en dit om zo weinig mogelijk inbreuken ongestraft te laten zijn en zodat de politie zich concentreren op haar taken in het kader van de coronamaatregelen.
  3. Artikel 26, tweede lid, 2°: teneinde de rechten van verdediging van betrokkenen te eerbiedigen, is het aangewezen om de termijn van 30 dagen voor het indienen van verweermiddelen te verlengen.
  4. Artikel 30, derde lid: gezien de beperkte permanentie binnen de diensten die de briefwisseling verzorgen, is het opportuun om de termijn van 10 dagen te verlengen.
  5. Artikel 32: gelet op de verjaringstermijn van 6 maanden waarbinnen de administratieve procedures afgehandeld moeten worden, is het opportuun om deze termijn te verlengen, dit om alsnog zo weinig mogelijk inbreuken ongestraft te laten zijn.
  6. Artikel 44, eerste lid: Op het moment dat de voetbalcompetitie weer op gang komt, kan deze verlenging van de termijn van 14 dagen waarbinnen de beveiligingsmaatregelen door de Voetbacel bevestigd moeten worden, van pas komen in de mate dat dan ook het uitvoeren van de uitgestelde mondelinge verdedigingen en de afhandeling van de uitgestelde dossiers hernomen zullen moeten worden. Op deze manier kan de werklast gespreid worden; 
  7. Artikel 44, tweede lid: de motivatie is identiek aan deze voor artikel, 44 eerste lid.

Tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten

In de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten, heeft de schorsing betrekking op de termijnen bedoeld in de artikelen 38quater en 38sexies; hetzij de termijnen bedoeld door de procedure door de hogere tuchtoverheid.

  1. Artikel 38quater: dit artikel voorziet in een specifieke termijn voor het personeelslid dat betrokken is bij een tuchtprocedure om zijn verweer in te dienen. In eerste instantie wil dit zeggen dat het desbetreffende personeelslid toegang heeft tot het tuchtdossier. Rekening houdend met de opgelegde afzonderingsmaatregelen, is die toegang in tijd zeer beperkt. Om het recht van verdediging te beschermen is het opportuun om de termijn voor het indienen van het verweer op te schorten.
  2. Artikel 38sexies: dit artikel heeft betrekking op de tuchtoverheid en legt deze tuchtoverheid een termijn op om haar definitieve beslissing te formuleren, en tegen ontvangstbewijs of bij aangetekend schrijven ter kennis te brengen van het personeelslid dat betrokken is bij een tuchtprocedure. De hier voorziene wettelijke termijn niet opschorten zou de tuchtprocedure bemoeilijken en zelfs kunnen schaden. Het betrokken personeelslid zou namelijk in staat kunnen zijn om te ontkennen dat hij in kennis werd gesteld van de definitieve sanctie via aangetekende zending (rekening houdend met de beperkte werking van de postdiensten).

Gemeentelijke administratieve sancties

Inzake de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties betreft het de termijnen bedoeld in de artikelen 23, §2 en §3, 25, §2, 2°, 26, §1 et §2 en29 ;

  1. Artikel 23, §2 en 3, betreft de procedure in geval van gemengde inbreuk en omschrijft de termijn voor de procureur des Konings om te laten weten of en desgevallend welk gevolg hij zal geven aan een feit dat in aanmerking kan komen voor de oplegging van een administratieve sanctie. Gelet op de van overheidswege genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus is het aangewezen deze termijn te verlengen.
  2. Artikel 25, §2, 2° betreft het vastleggen van de termijn waarbinnen de overtreder zijn verweermiddelen uiteen moet zetten, meer bepaald beschikt de overtreder hiervoor over een termijn van vijftien dagen en dient hij dit te doen per aangetekende brief. Gelet op de van overheidswege genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus is het aangewezen deze termijn te schorsen zodat de overtreder over voldoende tijd beschikt om zijn verweermiddelen , indien gewenst, in te dienen volgens de formaliteiten bepaald in de wet.
  3. Artikel 26, §1 en §2 heeft betrekking op de termijn waarbinnen de sanctionerend ambtenaar zijn beslissing moet nemen en die ter kennis moet brengen van de overtreder; Gelet op de van overheidswege genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus is het aangewezen deze termijn te schorsen zodat de sanctionerend ambtenaar over voldoende tijd beschikt om zijn beslissing te nemen.
  4. Artikel 29 heeft betrekking op de termijnen in geval van inbreuken betreffende het stilstaan en het parkeren en de overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen, bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet. De specifieke procedure voor deze overtredingen voorziet in zeer korte termijnen voor zowel de sanctionerend ambtenaar als de overtreder. Gelet op de van overheidswege genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus is het aangewezen de in deze procedure voorziene termijnen te schorsen.

Private en bijzondere veiligheid

In het kader van de uitvoering van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid:

1. Inzake het koninklijk besluit van 24 mei 1991 tot vaststelling van de regels aangaande de procedure tot schorsing of intrekking van de vergunningen of erkenningen bepaald in de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, betreft het de termijnen bedoeld in de artikelen 4 tot en met 7.

Alvorens een vergunning of identificatiekaart kan worden geschorst of ingetrokken, brengt de Minister van Binnenlandse zaken of de gemachtigde ambtenaar de belanghebbende op de hoogte van de ten laste gelegde feiten, de beoogde maatregel, en de stappen die betrokkene kan ondernemen. Deze laatsten houden onder andere in dat men zijn dossier kan consulteren ter plaatse, er een afschrift van kan verkrijgen, alsook zijn verweermiddelen kan indienen. Hiertoe voorziet dit Koninklijk besluit bepaalde termijnen binnen dewelke dit dient te gebeuren. Hoewel dit termijnen van orde zijn, en bijgevolg niet bindend, is het noodzakelijk ook deze te schorsen zodanig dat de belanghebbende deze mogelijkheden ten volle kan benutten en de rechten op verdediging niet geschonden worden.

De laatste termijn die wordt geschorst betreft de dwingende termijn waarbinnen de overheid verplicht is een beslissing te nemen en kennis hiervan te geven. 

2. Inzake het koninklijk besluit van 26 september 2005 betreffende de modaliteiten voor de toekenning, de geldigheidsduur, de weigering en de vernietiging van de identificatiekaart en de procedure inzake de onderzoeken naar de veiligheidsvoorwaarden, betreft het de termijnen bedoeld in de artikelen 17, §3, 19 en 20.

  • Artikel 17§3 : indien betrokkene werkzaamheden of activiteiten uitoefent die overeenkomstig de wet private veiligheid onverenigbaar zijn, beschikt hij over een termijn van 30 dagen om zijn keuze bekend te maken. Indien hij dit niet doet wordt de aangevraagde kaart geweigerd. Ook hier is het aangewezen deze termijn te schorsen teneinde deze keuze op een correcte manier te kunnen doen verlopen.
  • Artikelen 19 en 20: alvorens een vergunning of identificatiekaart kan worden geweigerd, wordt de belanghebbende op de hoogte gebracht van de ten laste gelegde feiten, de beoogde maatregel, en de stappen die betrokkene kan ondernemen. Deze laatsten houden onder andere in dat men zijn dossier kan consulteren ter plaatse, er een afschrift van kan verkrijgen, alsook zijn verweermiddelen kan indienen. Hiertoe voorziet dit Koninklijk besluit bepaalde termijnen binnen dewelke dit dient te gebeuren. Hoewel dit termijnen van orde zijn, en bijgevolg niet bindend, is het noodzakelijk ook deze te schorsen zodanig dat de belanghebbende deze mogelijkheden ten volle kan benutten en de rechten op verdediging niet geschonden worden.

Bijkomende financiering van de Gemeenschapswachten van de Strategische Veiligheids- en Preventieplannen

Inzake het koninklijk besluit van 25 december 2017 tot bepaling van de modaliteiten betreffende de bijkomende financiering van de Gemeenschapswachten van de Strategische Veiligheids- en Preventieplannen betreft het de termijnen bedoeld in artikel 7, §2, 2°, met name de uiterste datum voor het indienen van de schuldvordering.

De termijn waarvan sprake heeft betrekking op de termijn waarbinnen de gemeente haar schuldvordering moet indienen om de in de bepaling bedoelde bijkomende financiering te kunnen genieten. De gemeente heeft tijd tot 31/03 om dit te doen. Na deze termijn wordt elke financiering aan de gemeente geweigerd.  Rekening houdend met de afzonderingsmaatregelen die toegepast worden in de gemeentebesturen, is het voor de gemeenten heel ingewikkeld om het dossier samen te stellen. Om de begunstigden van deze subsidie niet te straffen, wordt deze dwingende termijn opgeschort.