In welke gevallen kan een identiteitscontrole door een veiligheidsagent worden uitgevoerd?

De veiligheidsagent (zoals reeds eerder besproken in het punt II.) kan aan de personen vragen om identiteitsdocumenten voor te leggen of te overhandigen, deze controleren, kopiëren of inhouden (dit wil zeggen in de hand nemen) gedurende de voor de verificatie van de identiteit noodzakelijke tijd:

  • wanneer de betrokkene een wanbedrijf of misdaad heeft gepleegd,
  • wanneer de betrokkene een gedrag vertoont dat de veiligheid of zijn veiligheid ernstig in het gedrang brengt,
  • om het naleven van de regelgeving inzake openbaar vervoer na te gaan of,
  • in geval van inbreuk op de regelgeving inzake openbaar vervoer waarbij betrokkene de veiligheid van derden of zijn veiligheid ernstig in het gedrang brengt.

De persoon die weigert om zich in deze welbepaalde gevallen te identificeren, of die een valse identiteit opgeeft, kan worden gevat (maximaal 30 minuten) door de veiligheidsagent (zie het punt VIII om de modaliteiten te kennen van de vatting door een veiligheidsagent).

Wanneer hij een toegangscontrole uitvoert aan de toegang van een NIET voor het publiek toegankelijke plaats - bijvoorbeeld de administratieve bureaus van de openbare vervoersmaatschappij waarvoor hij werkt, kan de veiligheidsagent zich identiteitsdocumenten laten voorleggen gedurende de tijd die nodig is voor de controle van de identiteit, zonder deze documenten in dit geval te kunnen kopiëren, inhouden of bewaren. Hier gebruikt hij een generieke bevoegdheid die eveneens wordt toegekend aan een bewakingsagent.

Links naar Vigilegis : artikelen 2, 6° (definitie veiligheidsagent) - 3, 11° (definitie veiligheidsdienst) – 174 tot 176 (identiteitscontrole door een veiligheidsagent).

---

Links naar FAQ Bewaking : /

0