Algemeen

  1. Wanneer trad de nieuwe wet in werking?
  2. Waarom een nieuwe wet private veiligheid?
  3. Wat gebeurt er met de wet van 10 april 1990?
  4. Wat wordt er in de wet private veiligheid geregeld?
  5. Waar kan ik terecht met mijn vragen?

1. Wanneer trad de nieuwe wet in werking?

De nieuwe wet private veiligheid werd gepubliceerd in het Staatsblad op 31 oktober 2017.
De nieuwe wet trad op 10 november 2017 in werking, 10 dagen na de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

2. Waarom een nieuwe wet private veiligheid?

De basis voor een nieuwe wet private veiligheid ligt in het regeerakkoord van 9 oktober 2014 :
“De reglementering van de private veiligheid zal geëvalueerd worden. Op basis van deze evaluatie zal gewerkt worden aan nieuwe en vereenvoudigde  wetgeving waarbij bepaalde taken die niet tot de kerntaken van de politie behoren kunnen worden uitgevoerd door private veiligheidsdiensten. Dit initiatief zal rekening houden met het kerntakendebat van de politiediensten.”

Op basis van deze evaluatie werd bij de opmaak van het wetsontwerp uitgegaan van volgende belangrijke doelstellingen:

  1. Op vormelijk vlak:
    De wens om een meer leesbare wet waarbij een eenvoudig kader is opgebouwd rond duidelijke processen.

  2. Op inhoudelijk vlak:
    De private veiligheidssector speelt vanuit haar specialisatie en opgebouwde expertise op het vlak van technologie en kennis van bewaking en beveiliging een belangrijke rol in het globale veiligheidsbeleid. In dit kader wordt de huidige regelgeving gemoderniseerd rekening houdend met een private sector die een bijdrage kan leveren aan een geïntegreerde veiligheid. De nieuwe wet speelt in op komende marktontwikkelingen en voorziet in een adequaat toezicht op de kwaliteit en betrouwbaarheid van de ondernemingen en personeel binnen de private veiligheid.

3. Wat gebeurt er met de wet van 10 april 1990?

Sinds haar inwerkingtreding vervangt de nieuwe wet de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid volledig.
De nieuwe wet van 2 oktober 2017 voorziet wel in tal van overgangsbepalingen die een goede omschakeling van de ene wet naar de andere in goede banen moet leiden. De overgangsbepalingen zijn opgenomen in de artikelen 271 tot 276 van de wet.

4. Wat wordt er in de wet private veiligheid geregeld?

De nieuwe wet behandelt volgende activiteitendomeinen (art. 3 tot 5 van de wet):

  • private bewaking;
  • alarmen en alarmsystemen;
  • camerasystemen;
  • adviesverlening inzake veiligheid;
  • veiligheid bij openbare vervoersmaatschappijen;
  • maritieme veiligheid;
  • opleiding in deze domeinen.

5. Waar kan ik terecht met mijn vragen?

Voor specifieke vragen over de wetgeving kan u steeds terecht op het mailadres: [email protected].

1
Algemeen

Bewaking

A. Bevoegdheden

  1. Welke bevoegdheden heeft een bewakingsagent?
  2. Moet de burgemeester zijn toelating geven opdat bewakingsagenten een oppervlakkige betasting van de kledij mogen uitvoeren aan de toegang?
  3. Wat houdt de uitzondering die de uitvoering van bewakingsactiviteiten in het geval van een politiek of arbeidsconflict toelaat, concreet in?

B. Verplichtingen

  1. Hoe kan ik een bewakingsagent herkennen?
  2. Hoe zal ik als bewakingsagent op de hoogte gebracht worden van de nieuwe regels die op mij van toepassing zijn?

C. Voorwaarden

  1. Wie mag in de private veiligheidssector werken?

D. Bewakingsactiviteiten

  1. Wat is het onderscheid tussen evenementenbewaking en uitgangsmilieu m.b.t. de  conversietabel en m.b.t. de identificatiekaart?
  2. Welke regeling is van toepassing op de activiteit "begeleiding van uitzonderlijke voertuigen met het oog op de verkeersveiligheid"?

E. Opleiding (opleidingsinstellingen, -verantwoordelijken, nieuwe opleidingen,...)

  1. Kan ik als lesgever of cursuscoördinator verder blijven werken zonder houder te zijn van een identificatiekaart?
  2. Wat verandert aan de opleidingen?
  3. Blijven de opleidingen die ik gevolgd heb en de attesten die ik behaald heb geldig?
  4. Ik ben commercieel vertegenwoordiger. Zal er voor deze functie een specifieke opleiding voorzien worden?
  5. Ik moet binnenkort examen afleggen bij SELOR. Worden er al vragen gesteld over de nieuwe wet?

 

A.1. Welke bevoegdheden heeft een bewakingsagent?

De wet voorziet 3 soorten bevoegdheden die steeds gepaard gaan met specifieke regels of voorwaarden. Deze regels zorgen o.a. voor een vrijwaring van de fundamentele rechten van de burgers.

  1. Generieke bevoegdheden: bevoegdheden die gelden bij de uitoefening van bewakingsactiviteiten ongeacht de omstandigheden (art. 94 tot 120 van de wet).
    • Toegangscontrole van personen en bij niet publiek toegankelijke plaatsen van voertuigen.
    • Identiteitscontroles bij alle (nieuw) niet voor het publiek toegankelijke plaatsen.
    • Bewaking van de veiligheidsperimeter bij noodsituaties (nieuw).
    • Bewaking op de openbare weg in gelimiteerde gevallen.
  2. Activiteitsgebonden bevoegdheden en/of verplichtingen: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt indien hij een bepaalde bewakingsactiviteit uitoefent (art. 121 tot 135 van de wet). bijv.: 
    • Winkelinspectie (het interpelleren van klanten die van diefstal worden verdacht.
    • Verkeersbegeleiding (de bewakingsagent heeft op dat moment ook de bevoegdheden als signaalgever).
    • Beveiligd vervoer (gebruik van ontwaardingssystemen).
    • Uitgaansmilieu (de activiteiten aan de in- of uitgang gebeuren in het gezichtsveld van camera’s, behalve in occasionele dansgelegenheden).
  3. Situationele bevoegdheden: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt op specifieke plaatsen of in specifieke situaties (art. 136 tot 145 van de wet). bijv.:
    • De systematische controle van en in de voertuigen bij het verlaten van sites waar nucleair materiaal wordt bewaard (nieuw).
    • Het zoeken naar onbevoegde personen op nucleaire sites of in bepaalde havenfaciliteiten (nieuw).

A.2. Moet de burgemeester zijn toelating geven opdat bewakingsagenten een oppervlakkige betasting van de kledij mogen uitvoeren aan de toegang?

Er is geen voorafgaandelijke toestemming van de burgmeester meer vereist voor de toegangscontrole. Deze toegangscontrole kan bovendien voortaan op systematische wijze worden uitgevoerd.
De voorwaarden opgenomen in de artikelen 102 tot 106 van de wet vermelden de vroegere verplichting betreffende de persoonscontrlole (bewakingsactiviteiten bedoeld in artikel 3, 7° (evenementen), 8° (uitgaansmilieu) en 13°) bijgevolg niet meer.

A.3. Wat houdt de uitzondering die de uitvoering van bewakingsactiviteiten in het geval van een politiek of arbeidsconflict toelaat, concreet in?

De wetgever heeft het verbod behouden om tussen te komen in een politiek of sociaal conflict (art. 50 §1e, 1e alinea). Er is echter een uitzondering voorzien voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten i.g.v. een politiek of arbeidsconflict zolang er geen rechtstreeks contact is tussen de bewakingsagenten en de bij het conflict betrokken personen (art. 50 §1e, 2e alinea).
Volgende activiteiten houden meestal geen rechtstreeks contact in met de personen die betrokken zijn bij het conflict en bijgevolg uitgeoefend kunnen worden: bewaking op de bezoekersparking, registreren van bezoekers, toegangscontrole bezoekers en leveranciers teneinde het binnenbrengen van gevaarlijke voorwerpen in de plaats te vermijden,…
Voorwaarde blijft uiteraard dat er geen contact is met de personen in het conflict zodat de rechten van de personen die in het conflict betrokken zijn, gegarandeerd blijven.

B.1. Hoe kan ik een bewakingsagent herkennen?

Bewakingsagenten zijn te herkennen aan volgende elementen:

  1. Uniform:
    Behoudens enkele uitzonderingen (bijv. een winkelinspecteur of een bodyguard) zijn bewakingsagenten voortaan verplicht om een uniform te dragen. Dit uniform dient bovendien aan een aantal bestaande voorwaarden te voldoen:
    • Het mag geen aanleiding geven tot verwarring met het uniform van agenten van de openbare macht. Zo mogen bijv. metalen knopen, kepies of schouderstukken geen deel uitmaken van het uniform van bewakingsagenten;
    • De kleuren van het uniform zijn uitsluitend zwart, wit, geel of rood of een mengeling van deze kleuren;
    • Het uniform bevat naast de naam en het logo van de vergunde bewakingsonderneming/interne bewakingsdienst en eventueel de woorden “SECURITY”, “SECURITE” of “VEILIGHEID”, geen andere opschriften, tekeningen, insignes,…
  2. Vigilisembleem:
    Naast de hierboven bedoelde voorwaarden dient er op de rechterborstzijde van de zichtbare bovendelen van het uniform van de bewakingsagent tevens een vigilisembleem gestikt te zijn. Dit herkenbare “V-teken” wordt exclusief door de FOD Binnenlandse Zaken uitgereikt aan de vergunde bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten.
    Vigilisembleem
  3. Identificatiekaart:
    Uitgezonderd operatoren van alarmcentrales (nieuw), die immers niet zichtbaar in contact komen met het publiek, zijn bewakingsagenten wettelijk verplicht om tijdens de uitoefening van bewakingsactiviteiten hun door de FOD Binnenlandse Zaken afgeleverde identificatiekaart op een duidelijk leesbare wijze te dragen. Het zal niet meer volstaan om een ondernemingsbadge zichtbaar te dragen en de identificatiekaart bijvoorbeeld louter op zak te hebben (nieuw).
    Hoewel winkelinspecteurs hun identificatiekaart niet dienen te dragen tijdens hun observaties, moeten ook zij deze identificatiekaart duidelijk zichtbaar dragen wanneer zij een winkelklant interpelleren.
    Identificatiekaart

    Het belang van de kaart is evident:
    1. Voor de bewakingsagent:
      Hij bewijst met zijn geldige kaart dat hij zijn bewakingsfunctie wettelijk mag opnemen. Zonder kaart kan hij immers geen bewakingsactiviteiten uitoefenen.
    2. Voor de controle-instanties (politiediensten en bevoegde inspecteurs):
      De bewakingsagent moet bij elke controle zijn kaart afgeven wanneer dat gevraagd wordt.
    3. Voor de burger:
      Deze moet kunnen weten met welke bewakingsagent hij geconfronteerd werd om bijvoorbeeld bij onheuse behandeling klacht te kunnen indienen. De bewakingsagent moet zijn kaart dan ook tonen aan elke burger die erom vraagt.
    4. Voor de klanten van een bewakingsonderneming:
      Klanten die de bewaker wensen te identificeren alvorens hij beveiligde zones betreedt of waarden ophaalt of om na te gaan of het om een echte dan wel een valse bewakingsagent gaat.​

B.2. Hoe zal ik als bewakingsagent op de hoogte gebracht worden van de nieuwe regels die op mij van toepassing zijn?

Je werkgever moet ervoor moeten zorgen dat je op de hoogte bent van de nieuwe regels.
De wet verplicht hem dit te doen (art. 45).
De manier waarop dit gebeurt, kan verschillen van werkgever tot werkgever. Een mogelijkheid is dat je werkgever je een bijscholingssessie laat volgen.

Je kan steeds deze website en deze FAQ bezoeken. Hier zal steeds de meest recente informatie vermeld worden.
Je kan ook een vraag stellen via [email protected].

C.1. Wie mag in de private veiligheidssector werken?

Wie in deze sector wil werken, voert taken uit die een invloed kunnen hebben op de rechten en vrijheden van burgers. Bovendien bestaat de kans dat je in het kader van je werk op plaatsen komt waar specifieke veiligheidsnormen gelden.
Dit alles zorgt ervoor dat de toegang tot de verschillende functies streng geregeld is.

Er zal onderzocht worden of de betrokkene betrouwbaar is én voor het merendeel van de functies zal ook een specifieke opleiding gevolgd moeten worden.

De specifieke voorwaarden zijn in de wet opgesomd (art. 61 tot 75).
De betrokkene zal pas de in de wet bepaalde activiteiten kunnen uitvoeren als vastgesteld is dat hij aan alle voorwaarden voldoet.

D.1. Wat is het onderscheid tussen evenementenbewaking en uitgangsmilieu m.b.t. de  conversietabel en m.b.t. de identificatiekaart?

Voor evenementenbewaking (artikel 3, 7°) en persoonscontrole restcategorie (artikel 3, 13°) → functiecode exe 10 is vereist op de identificatiekaart.
Voor bewaking uitgaansmilieu (artikel 3, 8°) → functiecode exe 07 is vereist op de identificatiekaart.

De conversietabel (klik hier) verwijst niet naar de functiecodes op de identificatiekaarten (= de bewakingsactiviteiten die bewakingsagenten kunnen uitoefenen).

De conversietabel verwijst naar de activiteiten waarvoor een onderneming vergund is: Vb: Is een bewakingsonderneming onder de wet van 10 april 1990 vergund voor de activiteiten van toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid op al dan niet publiek toegankelijke plaatsen met inbegrip van bewakingsactiviteiten op werkposten gelegen in een café, bar, kansspelinrichting of dansgelegenheid dan mag die bewakingsonderneming met diezelfde vergunning nu onder de wet van 2 oktober 2017 de bewakingsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 3 7°, 13° en 8° uitoefenen.

Het onderscheid tussen evenementen (artikel 2, 15°) en uitgaansmilieu (artikel 2, 14°) kan inderdaad voor enige verwarring zorgen. Voor het uitgaansmilieu is het alvast duidelijk dat alle cafés, bars, kansspelinrichtingen en gewoonlijke dansgelegenheden (vb. dancings) hier onder vallen. Zij vormen een duidelijk afgebakend geheel.

Het is vooral de grens tussen occasionele dansgelegenheden (= ook uitgaansmilieu) en evenementen die nog ruimte voor interpretatie laat.
Een fuif (= een occasionele dansgelegenheid) valt ook onder het uitgaansmilieu.
Sportwedstrijden, gewone muziekoptredens (maar dan niet in een café, dancing of tijdens een fuif), festivals, beurzen worden daarentegen aanzien als evenementen.

D.2. Welke regeling is van toepassing op de activiteit "begeleiding van uitzonderlijke voertuigen met het oog op de verkeersveiligheid"?

De wet van 2 oktober 2017 op de private veiligheid neemt de activiteiten van begeleiding uitzonderlijk vervoer niet meer over van de 'oude' wet private veiligheid. Belangrijk te weten is dat de opheffing van de oude wet private veiligheid echter enkel geldt voor de materies die niet geregionaliseerd zijn. De regelingen inzake uitzonderlijk vervoer (en de begeleiding daarvan) zijn evenwel geregionaliseerd in het kader van de Zesde Staatshervorming.

Voor begeleiding uitzonderlijk vervoer blijft de oude wet private veiligheid met haar uitvoeringsbesluiten daarom verder van toepassing; dit alles totdat de bevoegde gewesten voorzien in een eigen nieuwe regelgeving.

Dit betekent dan ook dat de verplichtingen inzake vergunning, opleiding, identificatiekaart, vigilisembleem, melding,… actueel verder blijven gelden in uitvoering van de wet private veiligheid van 10 april 1990.

E.1. Kan ik als lesgever of cursuscoördinator verder blijven werken zonder houder te zijn van een identificatiekaart?

Vooraleer lesgevers en cursuscoördinatoren over een identificatiekaart kunnen beschikken, moet er nog een specifiek uitvoeringsbesluit voorzien worden. Dit is momenteel nog niet het geval en dus kan je verder werken zonder kaart.
Je moet natuurlijk wel voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 61 van de wet die op lesgevers en cursuscoördinatoren van toepassing zijn.

De onverenigbaarheidsvoorwaarde voor leden van politiediensten geldt echter niet voor leden van politiediensten die een functie uitoefenen van lesgever in een opleidingsinstelling (art. 62, alinea 3).
En de voorwaarde te voldoen aan het psychotechnisch onderzoek geldt enkel voor bewakingsagenten en veiligheidsagenten (art. 62, alinea 4).

E.2. Wat verandert aan de opleidingen?

In eerste instantie kunnen de bestaande opleidingen verder georganiseerd worden. De cursussen moeten natuurlijk wel aangepast zijn aan de wet van 2 oktober 2017.
Cursussen moeten steeds aangepast zijn aan de meest recente wettelijke wijzigingen.

Er wordt volop gewerkt aan nieuwe regelgeving met betrekking tot opleidingen. Er zal bepaald worden welke de verschillende functies zijn die in de bewakingssector bestaan. Per functie worden de competenties opgesomd waarover je moet beschikken om je taken correct en professioneel uit te voeren. Op basis hiervan wordt bekeken of een specifieke opleiding nodig is. Indien dit zo is, wordt ook het opleidingsprogramma bepaald.

Indien hier concrete informatie over beschikbaar is, zal deze overgemaakt worden aan de cursuscoördinator. Je kan je dus richten tot de cursuscoördinator van de opleidingsinstelling waar je lesgeeft.

E.3. Blijven de opleidingen die ik gevolgd heb en de attesten die ik behaald heb geldig?

Indien je in het verleden een attest bewakingsagent behaalde en voor die functie ook een identificatiekaart bekwam, blijf je attest geldig (art. 273 en 274 van de wet).
Je moet natuurlijk wel de bijscholing blijven volgen. Van zodra er nieuwe regelgeving is over de bewakingsopleidingen zal een duidelijk overzicht gemaakt worden van de functies en welke opleidingen je moet gevolgd hebben om ze te kunnen uitoefenen.

E.4. Ik ben commercieel vertegenwoordiger. Zal er voor deze functie een specifieke opleiding voorzien worden?

Het is inderdaad de bedoeling dat commercieel vertegenwoordigers ook een opleiding volgen. Wanneer een klant jullie vraagt om bepaalde diensten te leveren, moeten jullie weten of dit wettelijk gezien kan.
In de regelgeving die uitgewerkt wordt m.b.t. bewakingsopleidingen wordt een specifieke opleiding voorzien.

Bovendien, indien je al een opleiding leidinggevende type A gevolgd hebt, zal hier onder bepaalde voorwaarden, rekening mee gehouden worden.
De regels met betrekking tot opleidingen worden momenteel uitgewerkt, meer info volgt op deze website.

E.5. Ik moet een examen afleggen bij SELOR. Worden er al vragen gesteld over de nieuwe wet?

Alle erkende opleidingsinstellingen werden verwittigd over hoe de examens bij SELOR zullen verlopen en dienen hier dus rekening mee te houden bij de organisatie van opleidingen.

1
Bewaking

Alarmsystemen

A. Opleiding

  1. Ik werk in een onderneming voor alarmsystemen. Wijzigt er voor deze sector iets aan de opleidingen?

A.1. Ik werk in een onderneming voor alarmsystemen. Wijzigt er voor deze sector iets aan de opleidingen?

Voorlopig wijzigen deze opleidingen nog niet, behalve dat de cursussen aangepast moeten zijn aan de wet van 2 oktober 2017.
In een later stadium zal ook bekeken worden hoe deze opleidingen gewijzigd kunnen worden. De nieuwe wet beoogt het verhogen van de kwaliteit van de private veiligheidssector en dit betekent ook dat zal bekeken worden hoe de opleiding er moet uitzien om je optimaal voor te bereiden op een job in deze sector

1
Alarmsystemen

Camerasystemen

A. Definitie en opleiding

  1. Wat verstaat men onder de conceptie van een camerasysteem?
  2. Ik werk in een onderneming voor camerasystemen. Zullen er ook voor deze sector verplichte opleidingen voorzien worden?

B. Procedures en personeelsleden

  1. Welke stukken dienen de ondernemingen voor camerasystemen in te dienen om hun activiteiten te kunnen verderzetten?
  2. Voor welke personeelsleden moeten de bijlagen 2 (verklaring op eer) en 3 (instemming veiligheidsonderzoek) ingevuld worden?
  3. Wie moet deze bijlagen 2 en 3 van de aanvraagprocedure invullen?
  4. Voor welke personeelsleden moeten er uittreksels uit het strafregister overgemaakt worden?
  5. Wat met het keuringsattest en competentiecertificaten?
  6. Waarom moeten de statuten meegedeeld worden en op basis van welke bepaling is dit wettelijk vereist?
  7. Moeten de ondernemingen ook hun interim-personeelsleden opgeven?
  8. Moeten elektrische installateurs die bijvoorbeeld camerasystemen plaatsen in residentiële woningen over een vergunning beschikken?
  9. Kan de keuring door een private instantie gecombineerd worden met een keuring voor een onderneming voor alarmsystemen?

 

A.1. Wat verstaat men onder de conceptie van een camerasysteem?

Met de term "conceptie" wordt het intellectuele proces bedoeld dat vereist is voor de materiële installatie van een correct functionerend systeem.

A.2. Ik werk in een onderneming voor camerasystemen. Zullen er ook voor deze sector verplichte opleidingen voorzien worden?

Er moet nog verder bekeken worden of er voor de mensen die werken in een onderneming voor camerasystemen verplichte opleidingen voorzien worden.
De kans is zeker reëel. Rond camera’s bestaat immers heel wat regelgeving die ook een invloed heeft op hoe deze activiteit kan en mag uitgeoefend worden.

B.1. Welke stukken dienen de ondernemingen voor camerasystemen in te dienen om hun activiteiten te kunnen verderzetten?

Het verzoek tot verderzetting van activiteiten en de bijkomende documenten moeten samen met de vergunningsaanvraag (dit is het aanvraagdossier met de gevraagde stukken) per aangetekende brief worden ingediend voor 10 januari 2018.

De brief aan de sector van ondernemingen voor camerasystemen verduidelijkt deze bijkomende documenten onder F. Bijkomende documenten in het kader van een aanvraag tot voorlopige voortzetting :
Bijkomend dient de onderneming aan te tonen dat zij de vergunningsplichtige activiteit inzake camerasystemen reeds vóór 10 november 2017 uitoefende. Dit bewijs kan geleverd worden door het overmaken van schriftelijke bewijstukken zoals een bestelbon, factuur, offerte, contract, …. Een loutere verklaring volstaat niet.

Wij begrijpen dat het voor sommige ondernemingen niet evident zal zijn om alle stukken van het aanvraagdossier voor 10 januari 2018 in te dienen. De dossiers kunnen na deze datum verder vervolledigd worden met ontbrekende stukken maar ingeval de onderneming wil genieten van de gunstmaatregel van verderzetting activiteiten dient zowel de aanvraag tot vergunning evenals de schriftelijke bewijsstukken voor verderzetting van de activiteiten bij ter post aangetekende brief voor 10 januari 2018 aan onze diensten overgemaakt.

Raadpleeg ook de aanvraagprocedure tot het bekomen van een vergunning onderneming voor camerasystemen (nieuw) en bezoek regelmatig onze website.

B.2. Voor welke personeelsleden moeten de bijlagen 2 (verklaring op eer) en 3 (instemming veiligheidsonderzoek) ingevuld worden?

De vereisten opgenomen in deze verklaring op eer gelden voor alle personeelsleden [1] (leidinggevend én uitvoerend) die daadwerkelijk activiteiten inzake camerasystemen uitoefenen. Zuiver logistiek/administratief personeel valt hier niet onder.

Onder leidinggevend personeel dient te worden verstaan:

  • Het personeel dat aan het hoofd staat van de onderneming als zodanig. Dit personeel is belast met het nemen van beslissingen op het vlak van het dagelijks bestuur en draagt hiervoor de verantwoordelijkheid, onder meer ten overstaan van de raad van bestuur. Hieronder vallen o.a. directeurs, zaakvoerders, gedelegeerde bestuurders, bestuurders (afhankelijk van de statuten en de rechtsvorm van de onderneming);
  • Het personeel dat aan het hoofd staat van het uitvoerend personeel dat belast is met de eigenlijke activiteiten. Dit personeel neemt de belangrijkste beslissingen in verband met de veldoperaties of neemt de effectieve leiding op zich van het uitvoerend personeel.

Onder uitvoerend personeel dient te worden verstaan:

  • De personeelsleden die activiteiten inzake conceptie, installatie, onderhoud of herstel van de alarmsystemen uitvoeren.

De instemming veiligheidsonderzoek dient eveneens voor alle personeelsleden ( leidinggevend én uitvoerend) die daadwerkelijk activiteiten inzake camerasystemen uitoefenen overgemaakt te worden.


[1] het leidinggevend personeel en de leden van de raad van bestuur, het uitvoerend personeel en het personeel belast met de commerciële relaties met de klanten van een onderneming


B.3. Wie moet deze bijlagen 2 en 3 van de aanvraagprocedure invullen?

De bijlagen 2 (verklaring op eer) en 3 (instemming veiligheidsonderzoek) dienen door alle leidinggevende en uitvoerende personeelsleden, die activiteiten inzake camerasystemen daadwerkelijk uitoefenen, ingevuld te worden. Zuiver logistiek en administratief personeel valt hier niet onder.

B.4. Voor welke personeelsleden moeten er uittreksels uit het strafregister overgemaakt worden?

Alle personeelsleden (leidinggevend én uitvoerend) die daadwerkelijk activiteiten inzake camerasystemen uitoefenen. Zuiver logistiek en administratief personeel valt hier niet onder.

B.5. Wat met het keuringsattest en competentiecertificaten?

Aangezien het keuringsattest en/of competentiecertificaten momenteel nog niet geregeld zijn door een besluit hoeven deze stukken voorlopig niet gevoegd bij het aanvraagdossier. Zodra de betreffende besluiten in werking zijn getreden zullen de ondernemingen hierover ingelicht worden.
Het indienen van een aanvraag is tot op dat ogenblik mogelijk zonder vervulling van deze voorwaarden/mogelijkheid (cfr. brief aan de sector D.6 opleidingsvereiste personeel).

B.6. Waarom moeten de statuten meegedeeld worden en op basis van welke bepaling is dit wettelijk vereist?

In de statuten wordt het maatschappelijk doel van de onderneming opgenomen en kan nagegaan worden of de onderneming activiteiten inzake camerasystemen uitoefent. Artikel 34 van de wet (onder afdeling m.b.t. vergunningsvoorwaarden) schrijft voor dat de onderneming dient opgericht volgens de in het Belgisch recht geldende bepalingen of overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER).

B.7. Moeten de ondernemingen ook hun interim-personeelsleden opgeven?

Elke personeelslid, ongeacht het statuut (werknemer, zelfstandige, freelance, interim, …) waaronder zij werken voor de onderneming, dient aan de voor hen toepasselijke vereisten te voldoen.

B.8. Moeten elektrische installateurs die bijvoorbeeld camerasystemen plaatsen in residentiële woningen over een vergunning beschikken?

Ja. Ook de installateurs van bewakingscamera’s bij particulieren moeten vergund zijn.

B.9. Kan de keuring door een private instantie gecombineerd worden met een keuring voor een onderneming voor alarmsystemen?

De vergunning als onderneming voor camerasystemen en de vergunning als onderneming voor alarmsystemen betreffen twee aparte vergunningen waarvoor een specifiek keuringsverslag vereist is. In afwachting van de inwerkingtreding van het ministerieel besluit dat de keuringsinstelling(en) zal aanwijzen die zullen instaan voor het keuringsverslag waaruit blijkt dat onderneming voor camerasystemen voldoet aan de minimumvereisten inzake personeel en organisatorische, technische en infrastructurele middelen, kan er momenteel geen keuring voor de ondernemingen voor camerasystemen plaatsvinden.

In de toekomst zou het mogelijk kunnen zijn dat de nieuwe nog aan te wijzen keuringsinstelling(en) voor de ondernemingen voor camerasystemen ook reeds aangewezen werd(en) als keuringsinstelling voor de activiteiten inzake alarmsystemen. In dat geval zou deze instelling kunnen aanbieden om beide keuringen tegelijk uit te voeren.

1
Camerasystemen

Veiligheidsadvies

  1. Kan ik activiteiten als onderneming voor veiligheidsadvies combineren met andere activiteiten, zoals voorzien in de wet van 2 oktober 2017?
  2. Ik heb een geldige vergunning als bewakingsonderneming en als veiligheidsadviseur. Kan ik beide vergunningen behouden?

1. Kan ik activiteiten als onderneming voor veiligheidsadvies combineren met andere activiteiten, zoals voorzien in de wet van 2 oktober 2017?

In de wet van 2 oktober 2017 is een neutraliteit voorzien voor veiligheidsadviseurs (art. 58 en 59).
Dit betekent dat veiligheidsadvies niet combineerbaar is met activiteiten als:

  • Bewakingsonderneming
  • Onderneming voor alarmsystemen
  • Onderneming voor camerasystemen
  • Maritieme veiligheidsonderneming
  • Privé-detective

2. Ik heb een geldige vergunning als bewakingsonderneming en als veiligheidsadviseur. Kan ik beide vergunningen behouden?

De vergunningen en erkenningen, verleend in het kader van de wet van 10 april 1990 blijven geldig tot de vervaldatum.
Nadien zal, gelet op de neutraliteit van veiligheidsadviseurs voorzien in de wet van 2 oktober 2017, een keuze gemaakt moeten worden (art. 58-59, 271 en 272).

1
Veiligheidsadvies

Privédetective

  1. Ik heb een vergunning als privédetective. Kan ik gaan werken voor een bewakingsonderneming?

1. Ik heb een vergunning als privédetective. Kan ik gaan werken voor een bewakingsonderneming?

Detectives kunnen werken voor een bewakingsonderneming of een interne bewakingsdienst.
Voorwaarde is wel dat zij die detectiveactiviteiten uitsluitend mogen uitoefenen ten behoeve van deze bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst.
Meer concreet betekent dit het uitvoeren van deze activiteiten in loonverband.
De activiteiten van detective zijn wel niet combineerbaar met deze van bewakingsagent (art. 53, 3° en 62, 6e lid).

1
Privédetective