Nieuw ministerieel besluit tot uitvoering van het gewijzigde statuut van de bijzondere veldwachters

Het ministerieel besluit (MB) van 10 juli 2019 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 10 september 2017 tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachters werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 23 juli 2019. Deze tekst strekt ertoe het ministerieel besluit van 20 december 2007 dat het voorgaande koninklijk besluit van 8 januari 2006 tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachters uitvoerde, te vervangen.
Lees meer

1
Nieuw ministerieel besluit tot uitvoering van het gewijzigde statuut van de bijzondere veldwachters

Nieuw koninklijk besluit

Het koninklijk besluit van 8 juli 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 september 2017 tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachters werd eveneens bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 23 juli 2019. Deze tekst versoepelt de vereiste betreffende de kleuren van de uniformen en de emblemen van de bijzondere veldwachters bepaald door een strikte kleurcode. Er wordt voortaan verduidelijkt dat het uniform of het embleem groen moet zijn, zoals bepaald door de kleurcode, of groen dat dit het dichtst benadert. Tot slot beoogt deze tekst met name de leden van de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie in de onverenigbaarheidsregels, evenals de leden van de politie- en inlichtingendiensten.

Het koninklijk besluit van 10 september 2017 strekt ertoe verduidelijkingen en praktische wijzigingen aan te brengen aan de organisatie van de sector. Deze tekst trad in werking op 20 oktober 2017 en vervangt het koninklijk besluit van 8 januari 2006 dat tot dan het statuut van de bijzondere veldwachters regelde.

1
Nieuw koninklijk besluit

Voorwaarden en verlenging van de erkenning

De erkenning, de erkenningsvoorwaarden en de verlenging van de erkenning (art. 2, 3, 6-12)

De erkenning wordt gegeven aan de bijzondere veldwachter voor een duur van vijf jaar en kan verlengd worden. Ze kan eveneens ingetrokken worden in geval van niet-naleving van de reglementaire voorwaarden.

De voorwaarden om als bijzondere veldwachter te kunnen worden erkend, werden ruimschoots behouden, maar wel uitgebreid en aangepast.

  • De veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer, vormen niet langer systematisch een obstakel om een erkenning te krijgen.
  • De onverenigbaarheid met de uitoefening van functies in een politie- of inlichtingendienst blijft behouden, maar de voorheen vereiste periode van vijf jaar tussen de uitoefening van die activiteiten, werd opgeheven om de overgang van de ene naar de andere sector te vergemakkelijken.
  • De bijzondere veldwachters mogen, in de loop van de drie laatste jaren, geen voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing tot schorsing of intrekking van het recht op het voorhanden hebben van een wapen.
  • De vereiste van het slagen voor de basisopleiding voor de erkenning blijft behouden.

De lijst van documenten die voorgelegd moeten worden bij de aanvraag van een erkenning, werd gerationaliseerd en geactualiseerd.

  • Het getuigschrift van goed zedelijk gedrag werd vervangen door het uittreksel uit het strafregister.
  • Eén enkele verklaring op erewoord is noodzakelijk om te bewijzen dat voldaan is aan bepaalde erkenningsvoorwaarden (voorheen was één verklaring per desbetreffende voorwaarde nodig (niet-uitoefening van een politiek mandaat, onverenigbaarheid met de uitoefening van functies van privé-detective, bewakingsagent, ...)).

De erkenning kan verlengd worden voor een nieuwe periode van vijf jaar, via een lichtere procedure en enkel wanneer men geslaagd is voor de bijscholingscursus in de loop van de twee jaar vóór het verstrijken van de lopende erkenning. Het verlengingsdossier moet ten laatste twee maanden vóór het verstrijken van de erkenning ingediend worden.

1
Voorwaarden en verlenging van de erkenning

Opleiding

De opleiding en de bijscholing (art. 4, 9-10, 20-28)

Het slagen voor de basisopleiding is nog steeds noodzakelijk om de eerste erkenning te bekomen. De kandidaat-bijzondere veldwachter mag reeds deelnemen aan de opleiding, ook al beschikt hij/zij nog niet over een benoeming van een aansteller. Zo wordt vermeden dat de opleidingstijd een vertraging zou veroorzaken bij de opvolging van een bijzondere veldwachter die zijn/haar activiteiten zou stopzetten.

De gouverneur staat in voor een voorafgaande controle van de minimale erkenningsvoorwaarden alvorens de kandidaat de toelating te geven om de opleiding te volgen (nationaliteit en betrouwbaarheid). Deze maatregel strekt ertoe te voorkomen dat kandidaten hun tijd in een opleiding steken zonder uiteindelijk de erkenning te kunnen krijgen.

In de loop van de twee jaar voorafgaand aan de verlenging van een erkenning moet de bijzondere veldwachter een bijscholing volgen en daarvoor geslaagd zijn. De bedoeling daarvan is dat de organisatie van de bijscholingscursussen door de opleidingsinstellingen vlotter zou verlopen.

Tot slot wordt in het nieuwe koninklijk besluit een duidelijker onderscheid gemaakt tussen de opleidingsinstelling en de opleidingscommissie.

1
Opleiding

Uitrusting

De uitrusting (art. 13-19)

De legitimatiekaart is nu gelinkt aan de erkenning en aan de geldigheidstermijn ervan.

In geval van wijziging van aansteller en van gebied kan een nieuwe legitimatiekaart uitgereikt worden die enkel het einde van de periode van erkenning betreft.

Het uniform en het embleem zijn nog steeds verplicht. De groene kleuren ervan worden voortaan reglementair bepaald door een CMYK-kleurencode, of groen dat dit het dichtst benadert.

1
Uitrusting

Lees het KB

Consulteer de tekst van het koninklijk besluit.

1
Lees het KB