1. De zogenaamde “corona-inbreuken”

De “corona-inbreuken” zijn sanctioneerbaar met straffen en - gedurende de periode van de bijzondere machten - ook met gemeentelijke administratieve sancties zoals voorzien in het Koninklijk besluit nr. 1 (corona–GAS-boetes).

Reeds van bij het begin van de corona-epidemie heeft de regering maatregelen genomen ter bestrijding van het coronavirus. Deze “coronamaatregelen” zijn vervat in het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Naargelang de epidemie evolueert, worden de maatregelen versoepeld door herhaaldelijke aanpassingen van het ministerieel besluit.

Inbreuken op deze maatregelen uit het ministerieel besluit waren aanvankelijk uitsluitend strafrechtelijk sanctioneerbaar. Met het koninklijk besluit nr. 1 betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties kregen de gemeenten de mogelijkheid om de coronamaatregelen ook te handhaven met administratieve sancties (met name administratieve geldboetes, hierna ook corona-GAS-boetes genaamd) en dit gedurende de periode van de bijzondere machten. Na afloop van deze periode verkrijgen deze inbreuken opnieuw een exclusief strafrechtelijk karakter en is enkel nog strafrechtelijke handhaving mogelijk.

Wie kan inbreuken vaststellen?

Dergelijke “corona-inbreuken” zijn strafrechtelijke inbreuken (gedurende een beperkte periode zijn het ook gemengde inbreuken, namelijk strafrechtelijke inbreuken die ook administratief kunnen gesanctioneerd worden met dien verstande dat hoe dan ook slechts één enkele sanctie kan opgelegd worden (cfr. het non bis in idem principe). Zij kunnen dan ook  alleen vastgesteld worden door politieambtenaren en bijzondere veldwachters beperkt tot hun bevoegdheidsdomein. Gemeenteambtenaren of gemeenschapswacht-vaststellers hebben derhalve geen vaststellingsbevoegdheid.

Inzet in het kader van toezicht op het naleven van de coronamaatregelen:

  • De corona-GAS-inbreuken zijn in se strafrechtelijke inbreuken.  administratieve handhaving d.m.v. zogenaamde corona-GAS-boetes is, gedurende de periode dat de bijzondere machten gelden, ook mogelijk voor zover de gemeente  eerst de inbreuken die zij wenst te sanctioneren met een administratieve sanctie , in een gemeentelijk reglement opgenomen heeft.
  • Het bedrag van de gemeentelijke administratieve sanctie is gelijk aan het bedrag van de strafrechtelijke minnelijke schikking en is forfaitair vastgesteld op 250 euro per inbreuk.   Op strafrechtelijk vlak staan ook andere mogelijkheden open (bv. In bepaalde gevallen rechtstreekse dagvaarding enz.)

Wettelijke basis

Ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en Koninklijk besluit nr. 1  van 6 april 2020 betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties  (Corona-GAS-boetes).

1
1. Les “infractions Corona”

2. De aanvullende gemeentelijke inbreuken

De aanvullende gemeentelijke inbreuken zijn sanctioneerbaar met een GAS-boete in toepassing van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Sedert de invoering van artikel 119bis NGW en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna genoemd GAS-wet) kunnen gemeenten ook gemeentelijke administratieve sancties opleggen voor de overtreding van hun reglementen en verordeningen. Hieronder vallen onder andere de zogenaamde GAS-boetes. Dit kan alleen voor zover er nog geen ander wettelijk kader voorhanden is dat straffen of administratieve sancties heeft voorzien voor dezelfde inbreuk. Dit betekent derhalve dat gemeenten geen GAS-boetes in toepassing van de GAS-wet kunnen opleggen voor de overtreding van de “coronamaatregelen” uit het ministerieel besluit van 23 maart 2020 aangezien er reeds een sanctie is voorzien voor de overtreding van deze maatregelen in het ministerieel besluit en (tijdelijk) in het Koninklijk besluit nr. 1. (zie hoger).

Wie kan inbreuken vaststellen?

De vaststelling van dergelijke aanvullende inbreuken kan gebeuren door politieambtenaren en bijzondere veldwachters binnen hun bevoegdheidsdomein, maar ook door gemeentelijke ambtenaren en gemeenschapswacht-vaststellers. (en door gewestelijke en provinciale ambtenaren, personeelsleden van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en autonome gemeentebedrijven binnen de door de GAS-wet bepaalde grenzen).

Inzet in het kader van toezicht op het naleven van de coronamaatregelen

  • Zoals hoger aangehaald, kunnen GAS-boetes enkel voorzien worden voor inbreuken die nog niet binnen een ander regelgevend kader gesanctioneerd worden met een straf of een administratieve sanctie. 
    • Als voorbeeld kan hier verwezen worden naar de regels van social distancing; het ministerieel besluit van 23 maart 2020 schrijft voor dat ondernemingen een aantal modaliteiten dienen na te leven om de regels inzake afstandbewaring te respecteren. Bij overtreding kan toepassing gemaakt worden van de strafwet of kan een gemeentelijke administratieve geldboete die is voorzien in het Koninklijk besluit nr. 1 (zie hierboven) opgelegd worden gedurende de tijdspanne dat dit koninklijk besluit uitwerking heeft. Een GAS-boete in de zin van de GAS-wet is hiervoor niet mogelijk aangezien de GAS-wet niet kan aangewend worden als de sanctionering van een inbreuk reeds door een andere regelgeving is gebeurd.
    • Een ander voorbeeld betreft het bespugen van iemand met de bedoeling deze laatste te doen vrezen dat hij besmet is met het coronavirus ; dit is strafbaar op grond van artikel 328bis Strafwetboek. Hiervoor kan dus ook geen GAS-boete opgelegd worden aangezien zowel de inbreuk als de sanctie reeds zijn voorzien in andere regelgeving.

 

  • Los van de “coronamaatregelen” uit het ministerieel besluit van 23 maart 2020 kan een gemeente echter wel eigen gemeentelijke regels in uitvoering van de federale COVID-19 maatregelen uitvaardigen in een gemeentelijk reglement en deze op gemeentelijk niveau handhaven  met een GAS-boete.
    • Een gemeente kan bij voorbeeld - ter uitvoering van de hoger reeds aangehaalde social –distancemaatregel uit het ministerieel besluit van 23 maart 2020 - in een gemeentelijk reglement nader bepalen hoe zij dergelijke maatregel concreet wenst te implementeren op een specifieke gemeentelijke locatie. Voor de handhaving van deze aanvullende maatregel kan beroep gedaan worden op de GAS-boetes in toepassing van de GAS-wet. Deze aanvullende maatregelen vloeien immers voort uit de gemeentelijke regelgeving.

 

  • Het bedrag van de GAS-boete bedraagt maximaal 350 euro maar de sanctionerend ambtenaar moet rekening houden met de ernst van de feiten en mogelijke herhaling.
     
  •  GAS-boetes kunnen opgelegd worden aan minderjarigen. Hiervoor dient een specifieke procedure gevolgd te worden die is uitgewerkt in de GAS-wet. 

Wettelijke basis

De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Meer info ?

Indien u meer informatie wenst betreffende de Corona-GAS-boetes of de gewone GAS-boetes  kan u contact opnemen via [email protected].

1
2. Les infractions communales complémentaires