grondwettelijk hof

Op 23 mei 2019 wees het Grondwettelijk Hof haar arrest nr. 79/2019. Met dit arrest deed het Hof uitspraak over de beroepen tot vernietiging van de artikelen 61,10°, en 2, 11° tot 15° van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Deze beroepen werden ingesteld door een vereniging van evenementorganisatoren en bewakingsondernemingen werkzaam in het uitgaans- en evenementenmilieu.

Het Hof vernietigt in haar arrest artikel 61,10° van de vernoemde wet. Dit komt neer op de schrapping van één vergunningsvoorwaarde voor personen die bewakingsactiviteiten wensen uit te voeren. In concreto gaat het om de voorwaarde waarbij voor personen een onverenigbaarheid werd gesteld die het niet mogelijk maakte om tegelijkertijd werkzaam te zijn voor een onderneming vergund voor bewaking in het uitgaansmilieu en werkzaam te zijn voor een onderneming vergund voor de uitoefening van enige andere bewakingsactiviteit. Deze onverenigbaarheid wordt aldus vernietigd.

De FOD Binnenlandse Zaken past de gewijzigde regelgeving onmiddellijk toe. Dit betekent dat aanvragen waarbij nog geen beslissing werd genomen of aanvragen die dateren van na het arrest zullen worden behandeld zonder rekening te houden met de vernietigde regel van artikel 61,10° van de wet.

Tenslotte wordt opgemerkt dat alle andere bepalingen van de wet, zoals deze met betrekking tot de definities, het toepassingsgebied, uitvoeringsvoorwaarden, bevoegdheden, controles/inspecties,… niet beïnvloed worden door de uitspraak van het Hof en dus ongewijzigd blijven.