Winkelcentrum

Het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gewijzigd door de ministeriele besluiten van 8 en 15 mei 2020, bepaalt dat handelszaken en winkelcentra de nodige maatregelen moeten treffen om eenieder te beschermen tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19.

Zo dienen de regels van social distancing nageleefd te worden:

Hoedanigheid van de personen die instaan voor de correcte toepassing van de Corona-veiligheidsmaatregelen aan en in de winkels

Het voornoemd ministerieel besluit voorziet geen verplichting om beroep te doen op een bewakingsonderneming of om een interne bewakingsdienst op te richten. Handelszaken kunnen zelf bepalen op welke manier zij de veiligheidsmaatregelen concreet gaan implementeren (bijvoorbeeld door het gebruik van technische middelen om de bezetting van de winkel te meten of aan te duiden wanneer de winkel mag betreden worden, door het beroep op een bewakingsonderneming, …).

Echter, indien de handelszaak ervoor kiest om de naleving van de veiligheidsregels te controleren via het inzetten van personen voor het uitvoeren van specifieke en doelgerichte controles zoals:

  • de controle op de klantenstroom bij de ingang van de winkels,
  • de controle op de toegang tot de parking of
  • de controle op de naleving van social distancing,

is er sprake van bewakingsactiviteiten en meer bepaald van de activiteiten van toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid zoals bedoeld in artikel 3, 13° van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Het louter informeren van de klanten over de maatregelen die toepasbaar zijn in de winkel zonder een toegangscontrole uit te oefenen of het desinfecteren van de winkelkarren of manden zijn daarentegen geen bewakingsactiviteiten.

De hierboven vermelde bewakingsactiviteiten, meestal verbonden aan de toegangscontrole, mogen niet door eender wie worden uitgeoefend. Enkel bewakingsondernemingen of interne bewakingsdiensten vergund door de Minister van Binnenlandse Zaken, of diens gedelegeerde ambtenaar, en bewakingsagenten die houder zijn van een identificatiekaart afgeleverd door de FOD Binnenlandse Zaken kunnen in België bewakingsactiviteiten uitoefenen.

Er dient wel opgemerkt te worden dat men enkel spreekt over een interne bewakingsdienst indien de bewakingsactiviteiten op een structurele wijze zijn georganiseerd. Dit betekent dat bewakingsactiviteiten vervat zijn in de taakbedeling van minstens één personeelslid. Hieruit kan men concluderen dat het eigen personeel van een handelszaak tijdens de uitvoering van zijn gewone taken kan bijdragen tot  het naleven van de preventieve maatregelen tegen COVID19 door bvb. klanten te wijzen op de verplichte afstand tussen personen,… Echter, indien men aan één of meerdere personeelsleden een functie of taken toebedeelt die er specifiek in bestaan activiteiten van controle van personen uit te oefenen (bvb. toegangsweigering), dan dient dit te gebeuren in het kader van een vergunde interne bewakingsdienst en dient het betrokken personeelslid dus als bewakingsagent beschouwd te worden.

Controles op de naleving van de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

Controles in handelszaken of winkelcentra kunnen te allen tijde worden uitgevoerd door de politiediensten en de controleurs van de FOD Binnenlandse Zaken. Ook in deze moeilijke periode dient de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid nageleefd te worden. Deze controles zijn niet enkel noodzakelijk om de rechten van de burgers te waarborgen maar ook om de handelszaken te beschermen tegen malafide praktijken van ondernemingen die de crisis gebruiken om de wet private veiligheid te omzeilen.

Zo maken bepaalde ondernemingen gebruik van de crisis om aan handelszaken diensten aan te bieden die ze als ‘stewarddiensten’ kwalificeren hoewel het duidelijk om bewakingsactiviteiten gaat. Dit dient absoluut vermeden te worden aangezien deze zogenaamde ‘stewards’ niet opgeleid zijn om controles op publiek uit te oefenen en dus ook niet de kwalificaties en wettelijke bevoegdheden bezitten om professioneel en correct op te treden bij incidenten of risicosituaties en om eventueel over te gaan tot een toegangsweigering. Ze werden ook niet gescreend en zijn dus niet noodzakelijk betrouwbaar of in het bezit van het juiste profiel voor zulke delicate taken.

Indien inbreuken op de wet private veiligheid worden vastgesteld door de politie- of inspectiediensten, zullen dus waarschuwingen of administratieve geldboetes opgelegd worden, in functie van de context van  de vaststellingen.