Il n'est pas toujours facile de distinguer l'essentiel de l'accessoire quand il s'agit de législation. Un schéma (présenté ci-dessous) a été créé afin d'aider à trouver plus aisément la législation applicable pour un cas précis parmi toutes les mesures prises par les bourgmestres ou autres autorités pour lutter tant de manière préventive que répressive contre certains phénomènes criminels et d'incivilité.

Téléchargez une version pdf de l'aperçu des mesures administratives

Le schéma est divisé en trois colonnes :  une colonne reprenant la dénomination de l'instrument d'approche administrative, une colonne décrivant les particularités de cet instrument et une troisième colonne citant exhaustivement les bases légales.

Par ligne, on trouve les entrées suivantes

  • la rédaction d'un règlement de police communale ;
  • la prise des mesures à portée individuelle ;
  • la fermeture d'établissement ;
  • la suspension et le retrait des autorisations et permis ;
  • l'imposition d'une interdiction de lieu ;
  • l'imposition d'une amende administrative ;
  • la proposition du service communautaire ;
  • la proposition de la médiation locale ;
  • la dissolution d'une personne morale ;

Si vous avez encore des doutes quant au choix de l'instrument d'approche administrative approprié ou si vous avez d'autres questions ou problèmes, nous serons heureux de vous aider.  Vous pouvez nous joindre par le biais des moyens de contact repris sur ce site web.

0

Gemeentelijke politieverordeningen

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het opstellen van gemeentelijke politieverordeningen met algemene draagwijdte door de gemeenteraad.

1. De gemeentelijke politieverordeningen bevatten preventieve maatregelen in het kader van de openbare orde.

2. De maatregelen moeten betrekking hebben op de aangelegenheden opgesomd in art. 135, § 2, lid 2, 1°-7° Nieuwe Gemeentewet.

3. De maatregelen kunnen ook betrekking hebben op activiteiten buiten het publieke domein.

4. De maatregelen kunnen ook van toepassing zijn op één persoon of inrichting op voorwaarde dat de gemeenteraad het algemeen belang nastreeft.

5. De hogere rechtsnormen dienen te worden gerespecteerd.

6. De maatregelen moeten duidelijk en precies omschreven zijn.

7. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden (kiezen voor de minst ingrijpende weg).

8. Een afschrift van de reglementen en politieverordeningen moet worden toegestuurd aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.

Artikel 119 Nieuwe Gemeentewet

De gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis.

  Deze reglementen en verordeningen mogen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies.
  Een afschrift van die reglementen en politieverordeningen wordt dadelijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank, waar zij in een daartoe bestemd register worden ingeschreven.
  Die reglementen en verordeningen worden bekendgemaakt op de website van het Gewest.

1
Gemeentelijke politieverordeningen

Algemene bevoegdheid - het nemen van maatregelen met individuele draagwijdte

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het nemen van alle maatregelen ter handhaving van de openbare orde.

1. De maatregel moet noodzakelijk zijn voor de handhaving voor openbare orde.

2. De maatregel moet niet beperkt zijn tot het openbaar domein.

3. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden (=kiezen voor de minst ingrijpende weg).

4. De overtreder wordt gehoord.

5. De burgemeester kan zijn bevoegdheid delegeren aan een schepen (onder zijn verantwoordelijkheid).

Artikel 133 Nieuwe Gemeentewet

De burgemeester is belast met de uitvoering van de wetten, de decreten, de ordonnanties, de verordeningen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad, tenzij zulks uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen of aan de gemeenteraad is opgedragen.
  Hij is in het bijzonder belast met de uitvoering van de politiewetten, de politiedecreten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten. Hij kan echter onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheid geheel of ten dele overdragen aan een van de schepenen.
 Onverminderd de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken, van de gouverneur en van de bevoegde gemeentelijke instellingen, is de burgemeester de verantwoordelijke overheid inzake de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente.

1
Algemene bevoegdheid - het nemen van maatregelen met individuele draagwijdte

Sluiten van inrichtingen

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het (voorlopig) sluiten van een inrichting voor maximum drie maanden wanneer de uitbatingsvoorwaarden niet worden nageleefd en er sprake is van hoogdringendheid.

1. Het gaat om een politiemaatregel niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. De voorwaarden van de uitbating of van de vergunning worden niet nageleefd .

3. De bevoegdheid is niet toevertrouwd aan andere overheid.

4. Er moet sprake zijn van een spoedeisend karakter ( =wanneer elke vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen).

5. De burgemeester moet de beslissing motiveren.

6. De overtreder moet voor de beslissing de mogelijkheid hebben gekregen om zich te verdedigen.

7. De beslissing geldt voor maximum drie maanden.

8. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden bij het bepalen van de duur van de sluiting. 

9. De beslissing moet worden bekrachtigd op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen, zo niet vervalt de maatregel meteen.

Artikel 134ter Nieuwe Gemeentewet

Behoudens wanneer de bevoegdheid om in geval van hoogdringendheid een voorlopige sluiting van een instelling of de tijdelijke schorsing van een vergunning uit te spreken door een bijzondere regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid, kan de burgemeester wanneer elke verdere vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen, die maatregelen nemen wanneer de voorwaarden van de uitbating van de instelling of van de vergunning niet worden nageleefd en nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen.
  Die maatregelen vervallen dadelijk indien zij door het college van burgemeester en schepenen in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
  Zowel de sluiting als de schorsing kunnen een termijn van drie maanden niet overschrijden. Na verloop van deze termijn wordt de beslissing van de burgemeester van rechtswege geheven.

Het sluiten van een inrichting voor maximum drie maanden wanneer de openbare orde buiten de inrichting wordt verstoord.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. De openbare orde rond een voor het publiek toegankelijke inrichting wordt verstoord door gedragingen in die inrichting. Het gaat om een verstoring van de materiele orde.

3. De burgemeester moet de beslissing motiveren aan de hand van materiële bewijselementen.

4. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing.

5. De beslissing geldt voor maximum drie maanden.

6. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden bij het bepalen van de duur van de sluiting.

7. De beslissing moet worden bekrachtigd op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen, zo niet vervalt de maatregel meteen.

Artikel 134quater Nieuwe Gemeentewet

Indien de openbare orde rond een voor het publiek toegankelijke inrichting wordt verstoord door gedragingen in die inrichting, kan de burgemeester besluiten deze te sluiten, voor de duur die hij bepaalt.
  Die maatregelen zullen onmiddellijk ophouden uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen worden bevestigd.
  De sluiting mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. De beslissing van de burgemeester wordt opgeheven bij het verstrijken van die termijn.

Het sluiten van een inrichting in het kader van mensenhandel/mensensmokkel voor maximum zes maanden.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. Er zijn ernstige aanwijzingen van mensenhandel of mensensmokkel in de inrichting (ook inrichtingen die niet voor publiek toegankelijk zijn, zoals woningen).

3. Een eenmalige vaststelling van de ernstige aanwijzingen volstaat.

4. De beslissing wordt pas genomen na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties.

5. de beginselen van behoorlijk bestuur moeten worden nageleefd.

6. De overtreder wordt gehoord.

7. De beslissing geldt voor maximum zes maanden.

8. Er dient een kennisgeving van het sluitingsbesluit op de eerstvolgende  gemeenteraad te zijn gegeven.

9. Wanneer het sluitingsbesluit niet nageleefd wordt is verzegeling van de inrichting door de burgemeester mogelijk.

Artikel 134quinquies Nieuwe Gemeentewet

Indien er ernstige aanwijzingen zijn dat in een inrichting feiten plaatsvinden van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of feiten van mensensmokkel als bedoeld in artikel 77bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties, en na de middelen van verdediging van de verantwoordelijke te hebben gehoord, besluiten deze inrichting te sluiten voor de duur die hij bepaalt.
   De burgemeester is gemachtigd om de inrichting te doen verzegelen indien het sluitingsbesluit niet wordt nageleefd.
   Het sluitingsbesluit wordt ter kennis gebracht van de gemeenteraad op de eerste daaropvolgende zitting.
   De sluitingsmaatregel duurt maximum zes maanden. Na het verstrijken van deze termijn vervalt het besluit van de burgemeester.

Het sluiten van een inrichting in het kader van terreurbestrijding voor maximum zes maanden.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. Er zijn ernstige aanwijzingen dat er zich in een inrichting feiten plaatsvinden die een terroristisch misdrijf inhouden (ook inrichtingen die niet voor publiek toegankelijk zijn, zoals woningen).

3. Een eenmalige vaststelling van de ernstige aanwijzingen volstaat.

4. De beslissing wordt pas genomen na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties.

5. De beginselen van behoorlijk bestuur moeten worden nageleefd.

6. De betrokkene wordt gehoord.

7. De beslissing geldt voor maximum zes maanden.

8. De beslissing moet worden bekrachtigd op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

9. Wanneer het sluitingsbesluit niet nageleefd wordt is verzegeling van de inrichting door de burgemeester mogelijk.

Artikel 134septies Nieuwe Gemeentewet

Indien er ernstige aanwijzingen zijn dat in een inrichting feiten plaatsvinden die een terroristisch misdrijf inhouden als bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties en na de middelen van verdediging van de verantwoordelijke te hebben gehoord, beslissen deze inrichting te sluiten voor de duur die hij bepaalt.
   De burgemeester is gemachtigd de inrichting te doen verzegelen indien het sluitingsbesluit niet wordt nageleefd.
   Het sluitingsbesluit wordt op de eerstvolgende zitting bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen.
   De sluitingsmaatregel duurt maximum zes maanden. Na het verstrijken van deze termijn heeft het besluit van de burgemeester niet langer uitwerking.

Het sluiten van een inrichting in het kader van drugs voor maximum zes maanden, eventueel eenmaal verlengbaar met zes maanden.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. Er zijn ernstige aanwijzingen dat er in een private, maar voor publiek toegankelijke plaats herhaaldelijke drugsinbreuken plaatsvinden die duiden op het gebruik of de verkoop van drugs en die de openbare veiligheid en rust in het gedrang brengen.

3. De sluitingsbevoegdheid is slechts mogelijk bij ernstige aanwijzingen.

4. De beslissing wordt pas genomen na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties.

5. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing.

6. De overtreder wordt gehoord.

7. De beslissing geldt voor maximum zes maanden, eventueel éénmaal verlengbaar voor zes maanden mits gunstig advies gemeenteraad wanneer nieuwe feiten worden gepleegd of aan het licht komen.

8. Het besluit dient op de eerstvolgende zitting van het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege bevestigd te worden en moet ter kennis gebracht worden op de eerstvolgende gemeenteraad, zo niet vervalt de maatregel.

Artikel 9bis van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (de drugswet)

Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en onverminderd het bepaalde in de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke autoriteiten, indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in een private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt en na de verantwoordelijke te hebben gehoord in zijn middelen van verdediging, besluiten deze plaats te sluiten voor de duur die hij bepaalt.
  De sluitingsmaatregel houdt op uitwerking te hebben indien hij niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen wordt bevestigd en ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad op de eerste daarop volgende zitting.
  De sluitingsmaatregel die de duur van zes maanden niet mag overschrijden, kan, voor zover zich nieuwe soortgelijke feiten hebben voorgedaan of aan het licht zijn gekomen sinds de initiële beslissing, eenmaal voor eenzelfde periode worden verlengd na gunstig advies van de gemeenteraad.

Het sluiten van een inrichting tot de vereiste aanpassingen of verbouwingen voltooid zijn.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang de voorschriften niet zijn nageleefd).

2. De wettelijke veiligheidsmaatregelen worden niet nageleefd of de verplichte verzekering is niet afgesloten.

3. De burgemeester moet de beslissing motiveren op basis van het verslag van de brandweer.

4. De sluiting duurt tot de nodige aanpassingen of verbouwingen uitgevoerd zijn of de verzekering voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid in orde is gebracht.

Artikel 11 van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen

De burgemeester kan de voorlopige sluiting bevelen van de inrichting die niet voldoet aan de krachtens deze wet voorgeschreven veiligheidsmaatregelen of wegens het niet afsluiten van de verzekering bedoeld in hoofdstuk II.
  De heropening van de inrichting wordt slechts toegestaan als de vereiste aanpassingen of verbouwingen uitgevoerd zijn en de verplichting inzake de verzekering bepaald in hoofdstuk II in orde gebracht werden.

Het sluiten van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. De nachtwinkel of het private bureau voor telecommunicatie moet worden uitgebaat in overtreding op het gemeentelijk reglement of in overtreding op de vestigingsvergunning.

3. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing (hoorplicht, evenredigheidsbeginsel, motiveringsplicht).

Artikel 18, § 3 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening

§ 1. Een gemeentelijk reglement kan ieder ontwerp van nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie onderwerpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de geplande nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie zal worden uitgebaat.
 Deze vergunning kan worden geweigerd op basis van criteria :
   - die niet-discriminatoir zijn;
   - die gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang, namelijk de ruimtelijke ligging van de vestigingseenheid, de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust;
   - die duidelijk, ondubbelzinnig en objectief zijn;
   - die vooraf openbaar bekendgemaakt worden;
   - en die transparant en toegankelijk zijn.
   Deze criteria worden verduidelijkt in een gemeentelijk reglement.

 § 2. Dit reglement kan ook, op grond van de ruimtelijke ligging en van de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust, de vestiging en de uitbating van nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie tot een gedeelte van het grondgebied van de gemeente beperken, zonder dat dit kan leiden tot een algemeen verbod of een kwantitatieve beperking op dit soort vestigingen op het grondgebied van de gemeente.

§ 3. De burgemeester kan de sluiting bevelen van de nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op het gemeentelijk reglement of de beslissing van het college van burgemeester en schepenen genomen in uitvoering §§ 1 en 2.

     
1
Sluiten van inrichtingen

Schorsen en opheffen van toestemmingen en vergunningen

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het tijdelijk schorsen van een vergunning voor maximum drie maanden.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= sluiten zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2. De voorwaarden van de uitbating of van de vergunning worden niet nageleefd.

3. De maatregel kan worden toegepast ten aanzien van alle vergunningen; ook indien ze niet door gemeente werden verstrekt

4. De bevoegdheid is niet toevertrouwd aan andere overheid.

5. Er moet sprake zijn van een spoedeisend karakter ( =wanneer elke vertraging een ernstig nadeel aan de openbare orde zou kunnen berokkenen).

6. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing.

7. De overtreder moet voor de beslissing de mogelijkheid hebben gekregen om zich te verdedigen.

8. De beslissing geldt voor maximum drie maanden.

9. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden bij het bepalen van de duur van de schorsing.

10. De beslissing moet worden bekrachtigd op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen, anders vervalt de maatregel meteen.

Artikel 4, § 1, 2° en 3° GAS-wet

§ 1. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen in de mogelijkheid voorzien om een of meer van de volgende sancties op te leggen voor de feiten bedoeld in de artikelen 2 en 3 :
  1° een administratieve geldboete die maximaal 175 of 350 euro bedraagt, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;
  2° de administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  3° de administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;

  4° de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.

1
Schorsen en opheffen van toestemmingen en vergunningen

Opleggen van een plaatsverbod

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het opleggen van een tijdelijk plaatsverbod van één maand, tweemaal hernieuwbaar.

1. Het gaat om een politiemaatregel en niet om een sanctie (= plaatsverbod zolang nodig voor de handhaving openbare orde).

2.  De openbare orde wordt verstoord door individuele of collectieve gedragingen, of er zijn herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen.

3. Met tijdelijk plaatsverbod wordt bedoeld het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen een gemeente, zonder echter het geheel van het grondgebied te beslaan. Worden beschouwd als plaats die toegankelijk is voor het publiek elke plaats die gelegen is in de gemeente die niet enkel toegankelijk is voor de beheerder van de plaats, voor degene die er werkt of voor degenen die er individueel worden uitgenodigd, met uitzondering van de woonplaats, de plaats van het werk of de plaats van de onderwijs- of opleidingsinstelling van de overtreder.

4. Er dient een voorafgaandelijke betekende, schriftelijke verwittiging te zijn gegeven, die de ordeverstoorder(s)  op de hoogte brengt van het feit dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen aanleiding zal kunnen geven tot een plaatsverbod, ofwel met het oog op de ordehandhaving, zonder verwittiging.

5. De burgemeester moet de beslissing motiveren op basis van de hinder die verband houdt met de openbare orde.

6. De beslissing is schriftelijk.

7. De ordeverstoorder(s) moet(en) voor de bevestiging door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege de mogelijkheid hebben gekregen om zich te verdedigen, behalve indien hij na te zijn uitgenodigd via een aangetekende brief, zich niet heeft gemeld en geen geldige motieven naar voren heeft gebracht voor zijn afwezigheid of zijn verhindering.

8. Het proportionaliteitsbeginsel dient nageleefd te worden (=de duur van het plaatsverbod moet in verhouding zijn met de noodzaak om de openbare orde te handhaven).

9. De beslissing geldt voor maximum één maand, eventueel tweemaal hernieuwbaar.

10. De beslissing moet worden bevestigd op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, anders vervalt de maatregel meteen.

11. Wanneer het plaatsverbod niet wordt nageleefd, kan de overtreder worden gestraft met een administratieve geldboete.

Artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet

 § 1. De burgemeester kan, in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, beslissen over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, jegens de dader of de daders van deze gedragingen.
   § 2. Onder " tijdelijk plaatsverbod " wordt verstaan het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen een gemeente, zonder evenwel het geheel van het grondgebied te beslaan. Worden beschouwd als plaats die toegankelijk is voor het publiek elke plaats die gelegen is in de gemeente die niet enkel toegankelijk is voor de beheerder van de plaats, voor degene die er werkt of voor degenen die er individueel worden uitgenodigd, met uitzondering van de woonplaats, de plaats van het werk of de plaats van de onderwijs- of opleidingsinstelling van de overtreder.
   § 3. De in § 1 bedoelde beslissing moet aan de volgende voorwaarden voldoen :
   1° met redenen omkleed zijn op basis van de hinder die verband houdt met de openbare orde;
   2° bevestigd worden door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, bij de eerstvolgende vergadering, na de dader of de daders van die gedragingen of hun raadsman te hebben gehoord en nadat hij de mogelijkheid heeft gehad ter gelegenheid hiervan zijn verdedigingsmiddelen schriftelijk of mondeling te doen gelden, behalve indien hij, na te zijn uitgenodigd via een aangetekende brief, zich niet heeft gemeld en geen geldige motieven naar voren gebracht heeft voor zijn afwezigheid of zijn verhindering.
   § 4. De beslissing kan worden genomen, ofwel na een door de burgemeester betekende schriftelijke verwittiging die de dader of de daders van die gedragingen op de hoogte brengt van het feit dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen aanleiding zal kunnen geven tot een plaatsverbod, ofwel, met het oog op de ordehandhaving, zonder verwittiging.
   § 5. In geval van niet-naleving van het tijdelijk plaatsverbod, kan de dader of kunnen de daders van die gedragingen gestraft worden met een administratieve geldboete zoals voorzien door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

1
Opleggen van een plaatsverbod

Opleggen van een administratieve geldboete

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het opleggen van een administratieve geldboete die maximaal 175 of 350 euro bedraagt.

1. De gemeenteraad heeft in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorzien om een administratieve geldboete op te leggen als sanctie voor inbreuken zoals bedoeld in artikel 2 en 3 van de GAS-wet.

2. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing (hoorplicht, evenredigheidsbeginsel, motiveringsplicht).

3. De administratieve geldboete is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

4. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.

5. Er zijn bijzondere bepalingen van toepassing op minderjarigen van veertien jaar en ouder.

6. De administratieve geldboete wordt ter kennis gebracht van de overtreder per aangetekend schrijven.

Artikel 4, § 1, 1° GAS-wet

§ 1. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen in de mogelijkheid voorzien om een of meer van de volgende sancties op te leggen voor de feiten bedoeld in de artikelen 2 en 3 :
  1° een administratieve geldboete die maximaal 175 of 350 euro bedraagt, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;
  2° de administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  3° de administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  4° de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.

1
Opleggen van een administratieve geldboete

Het voorstellen van de gemeenschapsdienst

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het voorstellen van een gemeenschapsdienst die maximaal dertig uren bedraagt.

1. De gemeenteraad heeft in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorzien om een gemeenschapsdienst voor te stellen als alternatieve maatregel voor de administratieve geldboete.

2. De sanctionerend ambtenaar moet de gemeenschapsdienst aangewezen vinden en de overtreder moet hierom verzoeken of ermee akkoord gaan.

3. De gemeenschapsdienst, bepaald door de reglementen of verordeningen van de gemeente, mag niet meer dan dertig uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

4. De gemeenschapsdienst bestaat uit een opleiding en/of een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeentedienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.

5. Wanneer de sanctionerend ambtenaar vaststelt dat de gemeenschapsdienst uitgevoerd werd, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.

6. In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen.

7. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing (hoorplicht, evenredigheidsbeginsel, motiveringsplicht).

8.Voor minderjarigen van veertien jaar en ouder gelden speciale regels :
- gemeenschapsdienst wordt georganiseerd in verhouding tot zijn leeftijd en capaciteiten
- maximum 15 uur
- voorafgaande bemiddeling verplicht.

Artikel 4, § 2, 1° GAS-wet

  § 2. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen voorzien in de volgende alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete bedoeld in § 1, 1° :
  1° de gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de collectiviteit;

1
Het voorstellen van de gemeenschapsdienst

Voorstellen van de lokale bemiddeling

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het voorstellen van de lokale bemiddeling.

1. De sanctionerend ambtenaar kan een lokale bemiddeling voorstellen, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° de gemeenteraad moet dit hebben voorzien in zijn reglement, evenals de procedure en de daarmee gepaard gaande nadere regels;
2° de instemming van de overtreder;
3° een slachtoffer werd geïdentificeerd.

2. De schadeloosstelling of herstelling van de schade wordt vrij door de partijen onderhandeld en beslist.

3. Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.

4. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.

5. De beginselen van  behoorlijk bestuur zijn van toepassing (hoorplicht, evenredigheidsbeginsel, motiveringsplicht).

6. Voor minderjarigen van veertien jaar en ouder is bemiddeling verplicht.

Artikel 4, § 2, 2° GAS-wet

  § 2. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen voorzien in de volgende alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete bedoeld in § 1, 1° :
  1° de gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de collectiviteit;
  2° de lokale bemiddeling, gedefinieerd als zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.
  § 3. De door de gemeenteraad vastgestelde straffen mogen de politiestraffen niet te boven gaan.
  § 4. In afwijking van § 1 kan voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken alleen een administratieve geldboete zoals bedoeld in § 1, 1°, worden opgelegd.
  Deze inbreuken worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ingedeeld in vier categorieën waarbij het bedrag van de daaraan verbonden administratieve geldboetes wordt bepaald in functie van de ernst van de bedreiging die zij betekenen voor de verkeersveiligheid en de mobiliteit.
  § 5. Indien de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorziet om de administratieve sanctie bepaald in § 1, 1°, ten aanzien van minderjarigen op te leggen voor de feiten bedoeld in de artikelen 2 en 3 wint hij vooraf het advies in betreffende dat reglement of die verordening van het orgaan of de organen die een adviesbevoegdheid hebben in jeugdzaken, voor zover het aanwezig is of zij aanwezig zijn in de gemeente.

1
Voorstellen van de lokale bemiddeling

Ontbinden van een rechtspersoon

Handhavingsinstrument

Kenmerken en voorwaarden

Artikel

Het ontbinden van een rechtspersoon.

1. De rechtspersoon moet een vereniging zonder winstoogmerk uitmaken.

2. De burgemeester of de gemeente moet een belanghebbende derde zijn.

3. De vereniging zonder winstoogmerk moet in ernstige mate in strijd handelen met de statuten, de wet of de openbare orde.

Artikel 18, lid 1, 3° VZW-wet

 De rechtbank kan op verzoek van een lid, van een belanghebbende derde of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vereniging die :
  1° niet in staat is haar verbintenissen na te komen;
  2° haar vermogen of de inkomsten uit dat vermogen voor een ander doel aanwendt dan die waarvoor zij is opgericht;
  3° in ernstige mate in strijd handelt met de statuten, of in strijd handelt met de wet of de openbare orde;
  4° gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om een jaarrekening neer te leggen overeenkomstig artikel 26novies , § 1, tweede lid, 5°, tenzij de ontbrekende jaarrekeningen worden neergelegd vooraleer de debatten worden gesloten;
  5° minder dan drie leden telt.
  De rechtbank kan de vernietiging van de betwiste handeling uitspreken ook indien zij de eis tot ontbinding afwijst.

1
Ontbinden van een rechtspersoon