FAQ nieuwe wet Private Veiligheid

 

  • De nieuwe wet is nog niet bekrachtigd.
    Eenmaal het parlement de wet gestemd heeft, moet de Koning de wet nog ‘bekrachtigen’ door zijn handtekening te zetten. Vervolgens wordt de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In principe treedt die dan 10 dagen na de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking.
     
  • De basis voor een nieuwe wet private veiligheid ligt in het regeerakkoord van 9 oktober 2014 :
    “De reglementering van de private veiligheid zal geëvalueerd worden. Op basis van deze evaluatie zal gewerkt worden aan nieuwe en vereenvoudigde  wetgeving waarbij bepaalde taken die niet tot de kerntaken van de politie behoren kunnen worden uitgevoerd door private veiligheidsdiensten. Dit initiatief zal rekening houden met het kerntakendebat van de politiediensten.”

    Op basis van deze evaluatie werd bij de opmaak van het wetsontwerp uitgegaan van volgende belangrijke doelstellingen:

  1. Op vormelijk vlak:
    De wens om een meer leesbare wet waarbij een eenvoudig kader is opgebouwd rond duidelijke processen.

  2. Op inhoudelijk vlak:
    De private veiligheidssector speelt vanuit haar specialisatie en opgebouwde expertise op het vlak van technologie en kennis van bewaking en beveiliging een belangrijke rol in het globale veiligheidsbeleid. In dit kader wordt de huidige regelgeving gemoderniseerd rekening houdend met een private sector die een bijdrage kan leveren aan een geïntegreerde veiligheid. De nieuwe wet speelt in op komende marktontwikkelingen en voorziet in een adequaat toezicht op de kwaliteit en betrouwbaarheid van de ondernemingen en personeel binnen de private veiligheid.
     

  • De nieuwe wet zal bij haar inwerkingtreding de huidige wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid volledig vervangen.
    De nieuwe wet voorziet wel in tal van overgangsbepalingen die een goede omschakeling van de ene wet naar de andere in goede banen moet leiden.
     

  • De nieuwe wet behandelt volgende activiteitendomeinen:

    • private bewaking;
    • alarmen en alarmsystemen;
    • camerasystemen;
    • adviesverlening inzake veiligheid;
    • veiligheid bij openbare vervoersmaatschappijen;
    • maritieme veiligheid;
    • opleiding in deze domeinen.
       
  • Het voorontwerp van wet voorziet 3 soorten bevoegdheden die steeds gepaard gaan met specifieke regels of voorwaarden. Deze regels zorgen o.a. voor een vrijwaring van de fundamentele rechten van de burgers.
  1. Generieke bevoegdheden: bevoegdheden die gelden bij de uitoefening van bewakingsactiviteiten ongeacht de omstandigheden.
     
    • Toegangscontrole van personen en bij niet publiek toegankelijke plaatsen van voertuigen.
    • Identiteitscontroles bij alle (nieuw) niet voor het publiek toegankelijke plaatsen.
    • Bewaking van de veiligheidsperimeter bij noodsituaties (nieuw).
    • Bewaking op de openbare weg in gelimiteerde gevallen.
       
  2. Activiteitsgebonden bevoegdheden en/of verplichtingen: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt indien hij een bepaalde bewakingsactiviteit uitoefent. bijv.: 
     
    • Winkelinspectie (het interpelleren van klanten die van diefstal worden verdacht
    • Verkeersbegeleiding (de bewakingsagent heeft op dat moment ook de bevoegdheden als signaalgever)
    • Beveiligd vervoer (gebruik van ontwaardingssystemen)
    • Uitgaansmilieu (de activiteiten aan de in- of uitgang gebeuren in het gezichtsveld van camera’s, behalve in occasionele dansgelegenheden)
       
  3. Situationele bevoegdheden: bevoegdheden waarover een bewakingsagent enkel beschikt op specifieke plaatsen of in specifieke situaties. bijv.:
     
    • De systematische controle van en in de voertuigen bij het verlaten van sites waar nucleair materiaal wordt bewaard (nieuw).
    • Het zoeken naar onbevoegde personen op nucleaire sites of in bepaalde havenfaciliteiten (nieuw).
       
  • Bewakingsagenten zijn te herkennen aan volgende elementen:
  1. Uniform:
    Behoudens enkele uitzonderingen (bijv. een winkelinspecteur of een bodyguard) zullen bewakingsagenten voortaan verplicht worden om een uniform te dragen. Dit uniform dient bovendien aan een aantal bestaande voorwaarden te voldoen:
     
    • Het mag geen aanleiding geven tot verwarring met het uniform van agenten van de openbare macht. Zo mogen bijv. metalen knopen, kepies of schouderstukken geen deel uitmaken van het uniform van bewakingsagenten;
    • De kleuren van het uniform zijn uitsluitend zwart, wit, geel of rood of een mengeling van deze kleuren;
    • Het uniform bevat naast de naam en het logo van de vergunde bewakingsonderneming/interne bewakingsdienst en eventueel de woorden “SECURITY”, “SECURITE” of “VEILIGHEID”, geen andere opschriften, tekeningen, insignes,…
       
  2. Vigilisembleem:
    Naast de hierboven bedoelde voorwaarden dient er op de rechterborstzijde van de zichtbare bovendelen van het uniform van de bewakingsagent tevens een vigilisembleem gestikt te zijn. Dit herkenbare “V-teken” wordt exclusief door de FOD Binnenlandse Zaken uitgereikt aan de vergunde bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten. 
     
  3. Identificatiekaart:
    Uitgezonderd operatoren van alarmcentrales (nieuw), die immers niet zichtbaar in contact komen met het publiek, zijn bewakingsagenten wettelijk verplicht om tijdens de uitoefening van bewakingsactiviteiten hun door de FOD Binnenlandse Zaken afgeleverde identificatiekaart op een duidelijk leesbare wijze te dragen. Het zal niet meer volstaan om een ondernemingsbadge zichtbaar te dragen en de identificatiekaart bijvoorbeeld louter op zak te hebben (nieuw).
    Hoewel winkelinspecteurs hun identificatiekaart niet dienen te dragen tijdens hun observaties, moeten ook zij deze identificatiekaart duidelijk zichtbaar dragen wanneer zij een winkelklant interpelleren.

    Het belang van de kaart is evident:
    1. Voor de bewakingsagent:
      Hij bewijst met zijn geldige kaart dat hij zijn bewakingsfunctie wettelijk mag opnemen. Zonder kaart kan hij immers geen bewakingsactiviteiten uitoefenen.
       
    2. Voor de controle-instanties (politiediensten en bevoegde inspecteurs):
      De bewakingsagent moet bij elke controle zijn kaart afgeven wanneer dat gevraagd wordt.
       
    3. Voor de burger:
      Deze moet kunnen weten met welke bewakingsagent hij geconfronteerd werd om bijvoorbeeld bij onheuse behandeling klacht te kunnen indienen. De bewakingsagent moet zijn kaart dan ook tonen aan elke burger die erom vraagt.
       
    4. Voor de klanten van een bewakingsonderneming:
      Klanten die de bewaker wensen te identificeren alvorens hij beveiligde zones betreedt of waarden ophaalt of om na te gaan of het om een echte dan wel een valse bewakingsagent gaat.​
       
  • Wie in deze sector wil werken, voert taken uit die een invloed kunnen hebben op de rechten en vrijheden van burgers. Bovendien bestaat de kans dat je in het kader van je werk op plaatsen komt waar specifieke veiligheidsnormen gelden.
    Dit alles zorgt ervoor dat de toegang tot de verschillende functies streng geregeld is.


    Er zal onderzocht worden of de betrokkene betrouwbaar is én voor het merendeel van de functies zal ook een specifieke opleiding gevolgd moeten worden.

    De specifieke voorwaarden zullen in de wet opgesomd worden.
    De betrokkene zal pas de in de wet bepaalde activiteiten kunnen uitvoeren als vastgesteld is dat hij aan alle voorwaarden voldoet.
     
  • Voor specifieke vragen over de wetgeving kan u steeds de directie Private Veiligheid contacteren: